De Profetieën van Jesaja die de Religies Uitdagen die Door Bedrog van het Romeinse Rijk Zijn Gecreëerd

Het Christendom, de Islam en de Ongemakkelijke Profetie voor Rome
HET GEMEENSCHAPPELIJKE DOGMA
(Christendom en Islam)

Het christendom en de islam beweren dat Gabriël de maagdelijke geboorte van Jezus aankondigde om de profetie van Jesaja te vervullen (Mattheüs 1 / Koran 19).

Maar Jesaja 7:14–16 kondigt Jezus niet aan en spreekt ook niet over een “eeuwige maagd”.

Het teken werd aan koning Achaz gegeven en moest onmiddellijk worden vervuld, voordat het kind goed en kwaad kon onderscheiden.

Jesaja spreekt over een jonge vrouw, niet over een vrouw die na de bevalling maagd bleef.

De vervulling vindt plaats met Hizkia, een trouwe koning in de tijd van Achaz:

Hij vernietigde de bronzen slang (2 Koningen 18:4–7)

God was met hem (Immanuel)

De door Jesaja geprofeteerde nederlaag van Assyrië (2 Koningen 19:35–37)

De leer van de eeuwige maagdelijke geboorte, gedeeld door het christendom en de islam, komt niet van Jesaja, maar uit een latere herinterpretatie die door Rome werd opgelegd.

Deze tegenstrijdigheden komen niet van God. Een tirannisch rijk wilde geen volken die respect voor hun waardigheid eisten, maar volken op hun knieën.

Hieronder wordt in detail uitgelegd hoe volgens de bijbelse teksten de profetie van Jesaja over de maagd werd vervuld met koning Hizkia.

Rond 1440 v.Chr. gebood Jehovah Mozes om een bronzen slang te maken en deze op een paal te plaatsen, zodat iedereen die ernaar keek genezen zou worden; Hij heeft nooit bevolen dat deze vereerd, aanbeden of gebruikt zou worden als voorwerp van gebed of aanbidding.

Context — Numeri 21:4–9
De Israëlieten klaagden tegen God en Mozes in de woestijn, en Jehovah stuurde giftige slangen die velen beten en doodden. God gaf Mozes opdracht een bronzen slang te maken en deze op een paal te plaatsen. Iedereen die gebeten werd en naar de bronzen slang keek, bleef in leven.

Ongeveer zeven eeuwen later, rond 715 v.Chr., vernietigde koning Hizkia de bronzen slang omdat het volk van Israël haar was gaan aanbidden en er wierook voor brandde. Dit was een duidelijke overtreding van Gods wet en een verdraaiing van haar oorspronkelijke doel als symbool van genezing (Numeri 21:4–9). Daarom verwijderde Hizkia haar tijdens zijn religieuze hervormingen, zoals vermeld in 2 Koningen 18:4.

Het Assyrische leger sliep vol vertrouwen.

De Rabshakeh daagde Hizkia uit en zei:

“Waarop vertrouw je? Geen enkele god heeft ooit een volk uit mijn hand gered” (2 Koningen 18:19–35).

Hizkia ging naar de tempel en bad tot Jehovah, met het verzoek dat Zijn naam verdedigd zou worden voor de volken (2 Koningen 19:14–19).

Die nacht stuurde Jehovah één enkele engel, die 185.000 Assyrische soldaten doodde (2 Koningen 19:35; Jesaja 37:36).

Sanherib vluchtte vernederd en zonder leger naar Ninevé (2 Koningen 19:36).

Deze bevrijding was geen toeval. Jesaja had Achaz een onmiddellijk teken gegeven: een jonge vrouw uit zijn tijd zou zwanger worden, en voordat het kind opgroeide, zou Juda van zijn vijanden worden bevrijd (Jesaja 7:10–16).

Hizkia, de zoon van Achaz, zag die vervulling (2 Koningen 18–19).