Is de profetie van Jesaja over de verwoeste steden al vervuld? █
Volgens de Bijbel zegt Jesaja over sommige mensen dat zij niet zullen zien:
Jesaja 6:10:
„Maak het hart van dit volk ongevoelig, maak hun oren zwaar en verblind hun ogen, zodat zij met hun ogen niet zien, met hun oren niet horen, met hun hart niet begrijpen, zich niet bekeren en geen genezing ontvangen.”
Jesaja 6:11-12:
Toen zei ik: „Hoe lang, Heer?” En Hij antwoordde: „Totdat de steden verwoest zijn en zonder inwoners, de huizen zonder mensen zijn en het land een woestenij is geworden; totdat de HEER de mensen ver heeft weggevoerd en de verlaten plaatsen talrijk zijn geworden midden in het land.”
Over andere mensen zegt Jesaja echter dat zij moeten zien:
Jesaja 42:6-7:
„Ik, de HEER, heb u geroepen in gerechtigheid en zal u bij de hand nemen; Ik zal u bewaren en u geven als een verbond voor het volk, als een licht voor de volken, om de ogen van de blinden te openen, de gevangenen uit de gevangenis te leiden en hen die in duisternis wonen uit het kerkerhuis.”
De Bijbel zegt ook dat Jezus kwam om oordeel te brengen:
Johannes 9:39:
„En Jezus zei: ‘Tot een oordeel ben Ik in deze wereld gekomen, opdat zij die niet zien, zullen zien, en zij die zien, blind zullen worden.’”
De uiteengezette tegenstrijdigheid:
Als Jezus was gekomen om de profetieën van het laatste oordeel te vervullen, dan zou het laatste oordeel door Zijn oordeel de gerechtigheid al hebben gebracht. Toch zien wij dat gerechtigheid niet heerst. Daarom is die profetie niet in Hem vervuld, want om in iemand vervuld te worden, moet die persoon de overwinning van de gerechtigheid zien:
Jesaja 42:1-4:
„Zie, Mijn knecht, die Ik ondersteun; Mijn uitverkorene, in wie Mijn ziel vreugde vindt. Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd; Hij zal gerechtigheid brengen aan de volken.
Hij zal niet schreeuwen, noch Zijn stem verheffen, noch Zijn stem op de straten laten horen.
Het geknakte riet zal Hij niet breken en de smeulende vlaspit zal Hij niet uitdoven; in waarheid zal Hij gerechtigheid voortbrengen.
Hij zal niet verzwakken of ontmoedigd raken totdat Hij gerechtigheid op aarde heeft gevestigd; en de kustlanden zullen op Zijn wet wachten.”
Toch presenteert de Bijbel Jezus als Degene die deze profetie vervult:
Mattheüs 12:16-21:
„En Hij beval hun streng Hem niet bekend te maken, opdat vervuld zou worden wat gesproken was door de profeet Jesaja:
‘Zie, Mijn knecht, die Ik heb uitverkoren; Mijn Geliefde, in wie Mijn ziel welbehagen heeft. Ik zal Mijn Geest op Hem leggen, en Hij zal de volken het oordeel verkondigen.
Hij zal niet twisten of schreeuwen, en niemand zal Zijn stem op de straten horen.
Het geknakte riet zal Hij niet breken en de smeulende vlaspit zal Hij niet uitdoven, totdat Hij het oordeel tot overwinning heeft gebracht.
En op Zijn naam zullen de volken hopen.’”
Hier ontstaat nog een andere tegenstrijdigheid, niet alleen omdat gerechtigheid niet op aarde heerst, maar ook omdat de Bijbel Jezus vele malen laat zien terwijl Hij luid spreekt en Zijn stem verheft voor grote menigten, zoals in de Bergrede:
Mattheüs 5:1-2:
„Toen Hij de menigten zag, ging Hij de berg op; nadat Hij was gaan zitten, kwamen Zijn discipelen naar Hem toe. En Hij opende Zijn mond en leerde hen, zeggende…”
Kijk naar deze paradox:
Mattheüs 5:6:
„Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.”
In Mattheüs 5:6 zegent Hij degenen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, dat wil zeggen de rechtvaardigen. Maar iets verder lezen we:
Mattheüs 5:38-39:
„U hebt gehoord dat er gezegd is: ‘Oog om oog en tand om tand.’ Maar Ik zeg u: verzet u niet tegen de kwaaddoener; maar als iemand u op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de andere toe.”
Betekent hongeren en dorsten naar gerechtigheid dat men verlangt nog meer aanvallen van een kwaadaardige aanvaller te ontvangen?
In Mattheüs 5:17 staat dat Hij gekomen is om de Wet te vervullen, maar de Wet gebiedt juist dat „oog om oog”, dat in dezelfde passage wordt gewijzigd:
Mattheüs 5:17:
„Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om af te schaffen, maar om te vervullen.”
Mattheüs 5 stelt Hem voor als Degene die de Wet vervult die beveelt het kwaad weg te nemen, terwijl dezelfde tekst Hem tegelijkertijd laat onderwijzen dat men het kwaad niet moet weerstaan:
Deuteronomium 19:19-21:
„Dan zult u met hem doen zoals hij van plan was zijn broer aan te doen; zo zult u het kwaad uit uw midden wegdoen. De overigen zullen het horen, vrezen en nooit meer zo’n kwaad in uw midden doen. Uw oog zal geen medelijden tonen: leven voor leven, oog om oog, tand om tand, hand om hand, voet om voet.”
Men kan concluderen dat de Romeinse institutionele structuur de oorspronkelijke boodschap niet onaangetast heeft bewaard, maar in de teksten heeft ingegrepen. Die vervalsing beperkt zich niet alleen tot de woorden die aan Jezus worden toegeschreven, maar strekt zich ook uit tot de tradities van de schriftgeleerden en de profeten van het Oude Testament.
Het gaat er niet om het Oude Testament boven het Nieuwe Testament te plaatsen, maar om de duidelijke breuken in het geheel van het boek aan te wijzen.
Een kort bewijs van deze interne tegenstrijdigheden: Enerzijds vereist het verbond dat men rituele sneden in het eigen lichaam aanbrengt:
Genesis 17:10-11:
„Dit is mijn verbond, dat jullie moeten onderhouden tussen Mij en jullie en je nageslacht na jou: Iedere man onder jullie zal besneden worden. Jullie moeten het vlees van jullie voorhuid besnijden, en dat zal het teken zijn van het verbond tussen Mij en jullie.»
Anderzijds verbiedt dezelfde wet uitdrukkelijk het aanbrengen van welke snede of welk teken dan ook op de huid:
Leviticus 19:28:
„Jullie mogen vanwege een dode geen insnijdingen in jullie lichaam maken en geen enkel teken op jezelf aanbrengen. Ik ben de HEER.»
Als de tekst in het ene boek een verplichte lichamelijke snede voorschrijft als teken van verbondenheid, maar in een ander boek ingrepen of sneden in het vlees verbiedt, wordt het gebrek aan interne samenhang van het gehele redactionele geheel duidelijk zichtbaar.
Als Jezus niet alle profetieën heeft vervuld die aan hem worden toegeschreven, wanneer zullen zij dan worden vervuld? Wanneer zal die van Jesaja 6 worden vervuld? Denk jij dat zij de draak overwinnen door geen weerstand te bieden aan het kwaad?
Openbaring 12:17:
„Toen werd de draak woedend op de vrouw en ging hij oorlog voeren tegen de rest van haar nageslacht, degenen die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus Christus hebben.»
Dit is het traditionele antwoord dat gewoonlijk op deze tegenstrijdigheid wordt gegeven:
„De officiële theologie stelt dat de profetie van Jesaja 6 een „dubbele toepassing» of een vervulling in twee fasen heeft. Volgens deze interpretatie werd de profetie eerst gedeeltelijk vervuld tijdens de Babylonische ballingschap en kreeg zij daarna een tweede vervulling in de dagen van Jezus om te verklaren waarom het merendeel van het volk Hem niet aanvaardde (waarbij de blindheid uit Jesaja 6:10 wordt gebruikt als een goddelijk besluit). Zo wordt beweerd dat de tekst zichzelf niet tegenspreekt, maar zich geleidelijk openbaart.»
Bekijk nu hoe wij dit traditionele standpunt verwerpen:
Om deze „dubbele toepassing» te handhaven, pleegt de institutionele exegese een flagrante manipulatie: zij knipt de tekst af waar dat haar goed uitkomt. Zij gebruikt het eerste deel van de profetie om de blindheid te rechtvaardigen en uit te leggen waarom er geen zichtbare overwinning van de gerechtigheid was, maar negeert bewust het slot van dezelfde passage in vers 13:
Jesaja 6:13:
„En als er nog een tiende deel in overblijft, zal ook dat opnieuw worden verteerd; maar zoals de eik en de terebint na het omhakken hun stronk behouden, zo zal het heilige zaad zijn stronk zijn.»
Als Jesaja 6 volgens dit traditionele schema al in het verleden vervuld zou zijn:
Waar is dan dat „heilige zaad» (zera kodesh)? Waar is het werkelijke herstel van de stronk die de ware gerechtigheid op aarde brengt?
Men kan een profetie niet als „vervuld» verklaren door alleen het oordeel en de blindheid te nemen en tegelijkertijd de eis van het opnieuw opkomen van het heilige zaad en de vestiging van de in Jesaja 42 beloofde gerechtigheid te negeren.
Als wij Jesaja 6:11-12 afzonderen om te zeggen dat het „al vervuld is» uitsluitend door de fysieke verwoesting of de ballingschap, dan blijft vers 13 los hangen en is de profetie onvolledig.
Het exacte slot van het hoofdstuk bevat het cruciale punt dat een vervulling in het verleden of een definitieve vervulling onderuit haalt:
Jesaja 6:13:
„En als er nog een tiende deel in overblijft, zal ook dat opnieuw worden verteerd; maar zoals de eik en de terebint na het omhakken hun stronk behouden, zo zal het heilige zaad zijn stronk zijn.»
Daar ligt de kern van de zaak:
Een cyclus die niet eindigt met de verwoesting:
De tekst zegt niet dat na de verwoesting alles voorbij is; hij zegt dat wat overblijft opnieuw zal worden verteerd totdat alleen een „stronk» of boomstronk overblijft.
De identiteit van het „heilige zaad»:
Als de blindheid en de verwoesting het oordeel waren over de verdorven massa of het verharde volk, dan vertegenwoordigt het „heilige zaad» (zera kodesh) de ware rest, de zuivere wortel die noch aan vervalsing noch aan opgelegde blindheid bezwijkt.
Als men volhoudt dat Jesaja 6 reeds volledig in het verleden is vervuld (hetzij in Babylon, hetzij in de Romeinse tijd):
Waar vond dan het werkelijke herstel van de stronk plaats?
De latere instellingen (waaronder de imperiale structuur die de teksten samenstelde en redigeerde) hielden het volk in geestelijke blindheid en onderwerping, zonder dat de zegevierende gerechtigheid waarover Jesaja spreekt zichtbaar werd.
Het dilemma van het zaad:
Als het „heilige zaad» de latere geïnstitutionaliseerde religieuze structuur zou zijn geweest, dan zou het voortbestaan van de morele en tekstuele tegenstrijdigheden in de gecanoniseerde geschriften geen enkele zin hebben.
Daarom kan de profetie van Jesaja 6, bij analyse van de structuur van deze passage, noch als een gebeurtenis uit het verleden worden beschouwd, noch als iets dat door een institutioneel systeem is voltooid.
Het „heilige zaad» wijst op mensen die bevrijd kunnen worden uit een systeem dat hen op de knieën wil houden.
Dit sluit aan bij de profetieën in Daniël 12:1-7, waar gesproken wordt over een heilig volk en over vrijheid voor dat volk.
Het gaat niet alleen om een schijnbare aanpassing van de profetieën aan de imperiale agenda; het bewijs laat zien hoe de samenstellers van de canon dezelfde profetische teksten op een selectieve en tegenstrijdige manier hebben gebruikt:
Het gebruik van Jesaja tegen de Wet en de tegenstrijdigheid rond voedsel:
In Matteüs 15:1-11 citeren de evangeliën Jezus die Jesaja gebruikt om degenen terecht te wijzen die eisten dat de traditionele wet werd nageleefd, met als conclusie de uitspraak dat „wat door de mond naar binnen gaat de mens niet verontreinigt.»
De profeet Jesaja zelf spreekt deze gedachte echter krachtig tegen: in Jesaja 65:3-5 en Jesaja 66:17 veroordeelt de profeet uitdrukkelijk degenen die varkensvlees en gruwelen eten, waarmee hij duidelijk maakt dat er volgens de profetische visie zelfs in de tijd van het laatste oordeel voedsel bestaat dat de mens verontreinigt.
De uitvinding van het dogma van de maagdelijke geboorte (Jesaja 7:14-16):
Zowel het christendom als de islam hebben het dogma omarmd dat Gabriël een maagdelijke geboorte aankondigde om Jesaja te vervullen (Matteüs 1 / Koran 19).
Maar wanneer men de oorspronkelijke tekst van Jesaja 7 onderzoekt, blijkt dat deze noch Jezus aankondigt noch spreekt over een „blijvende maagd»:
Het teken werd specifiek aan koning Achaz gegeven en moest onmiddellijk worden vervuld, voordat het kind wist te onderscheiden tussen goed en kwaad.
Jesaja spreekt over een jonge vrouw (almáh), niet over een vrouw die na de bevalling maagd bleef.
De historische vervulling vond plaats in Hizkia, de trouwe koning uit de tijd van Achaz, die de koperen slang vernietigde (2 Koningen 18:4-7), God met zich had (Immanuel) en de door Jesaja geprofeteerde nederlaag van Assyrië meemaakte (2 Koningen 19:35-37).
Het opportunistische gebruik van fragmenten buiten hun context toont aan dat de oorspronkelijke betekenis van de tekst niet werd gerespecteerd, maar werd herzien en geforceerd om te indoctrineren.
De Romeinse verdraaiing van Hosea 6:2 en de chronologische afwijking
De apocalyptische profetieën en hun dogmatische interpretatie bevatten niet alleen tegenstrijdigheden in identiteit, maar doorbreken ook de chronologie om het ware herstel van het rechtvaardige volk te verbergen.
Hier kunnen we dat zien:
Openbaring 12:7-10:
„Toen brak er een grote oorlog uit in de hemel: Michaël en zijn engelen vochten tegen de draak… En de grote draak werd neergeworpen… hij werd op de aarde geworpen, en zijn engelen werden met hem neergeworpen. Daarom verheugt u, hemelen, en u die daarin woont.”
Openbaring 12:12, 17:
„Wee de bewoners van de aarde en van de zee! Want de duivel is met grote woede naar u afgedaald… Toen werd de draak woedend op de vrouw en ging hij oorlog voeren tegen de rest van haar nageslacht, degenen die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus Christus hebben.”
- De inconsistentie van beide kampen en de paradox van de overwinning
De tekst van Openbaring splitst deze scène op door enerzijds de „bewoners van de hemel” als overwinnaars voor te stellen, maar vervolgens de rechtvaardigen onder de „bewoners van de aarde en de zee” opnieuw het slachtoffer te laten worden van de aanval van de draak die zogenaamd al definitief was verslagen, alsof de rechtvaardigen in werkelijkheid helemaal niet hadden overwonnen.
Als het verhaal zelf verklaart dat de overwinnaars hun leven tot in de dood verachtten om de draak te overwinnen, roept dat direct degenen in herinnering die liever stierven dan varkensvlees te eten —zoals het getuigenis in 2 Makkabeeën 7, waar de lichamelijke overgave plaatsvond in de zekerheid het eeuwige leven te erven—.
Zouden zij dan moeten terugkeren tot het leven om opnieuw aangevallen te worden en nogmaals te sterven? Zouden zij moeten terugkeren tot het leven om een dogma te aanvaarden dat door andere, hun vreemde volken is gecreëerd, waarin hun wordt bevolen een mens te aanbidden onder de absurde bewering dat hij tegelijk mens en God is, en die bovendien door de keizerlijke traditie wordt afgebeeld met hetzelfde uiterlijk als Zeus —dezelfde heidense god die werd vereerd door degenen die hen terechtstelden—? Zouden zij opstaan om de absurditeit te horen dat het eten van varkensvlees niet langer verontreinigt (Mattheüs 15:11, 1 Korintiërs 10:27), of dat zij zich moeten neerbuigen voor een geschapen wezen (Hebreeën 1:6)? Zouden zij werkelijk opnieuw aangevallen moeten worden en sterven? Als zij opnieuw zouden moeten sterven, zou dat nieuwe bestaan nooit eeuwig leven zijn.
In de hemel zijn betekent met God zijn: „In de hemelen zijn” of met God zijn verwijst niet naar een lichameloze fysieke plaats tussen de wolken, maar naar de toestand onder Gods bescherming te staan en dat God met iemand is. Zoals Psalm 118:6-7 zegt: „De HEERE is met mij; ik zal niet vrezen. Wat kan een mens mij doen?”
De doden voeren geen oorlog. Het zijn de levende rechtvaardigen die met God zijn, en met Hem zijn ontslaat hen in eerste instantie niet van de strijd tegen de vijandigen op aarde.
- De manipulatie van de berekening in Hosea 6:2
Om deze chronologische lijn af te buigen en het ontwaken van deze zijde te verbergen, nam de Romeinse theologie de profetie van Hosea 6:2 en paste die ten onrechte toe op de opstanding van Jezus na 48 uur:
Hosea 6:1-2:
„Kom, laten wij terugkeren tot de HEERE; want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, maar Hij zal onze wonden verbinden. Na twee dagen zal Hij ons levend maken; op de derde dag zal Hij ons doen opstaan, zodat wij voor Zijn aangezicht zullen leven.”
De profetie beschrijft niet dat Jezus na letterlijk 48 uur weer tot leven kwam, maar de chronologische schaal van een collectief volk dat reïncarneert.
Volgens de profetische gelijkstelling waarin één dag duizend jaar vertegenwoordigt (Psalm 90:4):
Na twee dagen (na 48 uur / 2.000 jaar): Komt overeen met de periode van verstrooiing en onwetendheid die sinds het begin van dit tijdperk is verstreken.
De derde dag (het derde millennium): Is de huidige periode waarin wij leven, waarin deze rechtvaardige zijde terugkeert tot biologisch leven.
- De ineenstorting van het dogma van Jezus’ opstanding en de profetische Psalmen
Een van de pijlers van het Romeinse dogma is dat verlossing uitsluitend wordt verkregen door te geloven dat Jezus is opgestaan. Wanneer deze veronderstelling echter wordt vergeleken met de profetische teksten die de Kerk gebruikte om haar te ondersteunen, stort het beeld van een opgestane en volmaakte Jezus volledig in:
De erfgenaam die zondigt en wordt gestraft (Psalm 118): In de gelijkenis van de slechte pachters (Mattheüs 21:33-44) schrijft de Kerk de verworpen steen uit Psalm 118:22 toe aan Jezus. Psalm 118 beschrijft echter een rechtvaardige die zondigt, door God wordt gestraft („De HEERE heeft mij zwaar getuchtigd, maar Hij heeft mij niet aan de dood overgegeven”) en vervolgens door de poort van de gerechtigheid gaat. Als dit betrekking zou hebben op de opgestane Jezus die uit de hemel neerdaalt, zou Hij niet kunnen zondigen, omdat Hij de volledige waarheid al zou kennen. Maar als het gaat om het rechtvaardige zaad dat reïncarneert, verklaart zijn aanvankelijke toestand van onwetendheid waarom het zondigt, wordt berispt en daarna gezuiverd. Als hij niet uit de wolken terugkeert, behoort hij zelf tot dat heilige zaad, maar heeft hij geen mogelijkheid dat te weten, omdat een nieuw lichaam geen herinneringen bewaart aan een ander lichaam dat al is vernietigd.
De belijdenis van zonde en het verraad (Psalm 41): De theologie beweert dat Jezus nooit heeft gezondigd en vanaf het begin wist wie Hem zou verraden. Toch spreekt Psalm 41:4, 9 —door het dogma geforceerd tot een profetie over Jezus— over een rechtvaardige man die toegeeft te hebben gezondigd („HEERE, wees mij genadig; genees mijn ziel, want ik heb tegen U gezondigd”) en die naïef vertrouwde op degene die hem verraadde („Zelfs de man met wie ik in vrede leefde, op wie ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft zijn hiel tegen mij opgeheven”). Vertrouwen op een verrader past nooit bij het beeld van een alwetende Jezus, maar wel bij een rechtvaardige die op aarde is gereïncarneerd.
Meerdere verraders en de mythe van Judas (Psalm 109): Psalm 41 spreekt niet over één verrader, maar over meerdere vijanden. Zodra deze passage niet langer standhoudt als een in Jezus vervulde profetie, valt ook de misleiding weg dat Psalm 109 vervuld zou zijn: een kunstmatig gecreëerd dogma dat de figuur van één enkele verrader (Judas) heeft bedacht. De onwaarheid van dit dogma wordt al blootgelegd door de tegenstrijdige verslagen in de geromaniseerde tekst zelf —tegenstrijdigheden die opzettelijk en strategisch zijn gecreëerd om de centrale leugen te versterken en de aandacht af te leiden naar secundaire tegenstrijdigheden die haar een schijn van geloofwaardigheid geven—. Deze teksten geven twee elkaar uitsluitende beschrijvingen van de dood van Judas: de ene zegt dat hij zich heeft opgehangen (Mattheüs 27:5), terwijl de andere beweert dat hij een akker kocht, voorover viel en midden doormidden barstte (Handelingen 1:18).
Conclusie: Het ware doel van de zuivering
Psalm 41 is rechtstreeks verbonden met Psalm 118: beide wijzen naar de eindtijd. De rechtvaardige zondaar is niet een op etherische wijze opgestane Jezus, maar het collectief van de rechtvaardigen dat, nadat het is gereïncarneerd en in misleiding is gevallen, vergeving en zuivering ontvangt wanneer het de keizerlijke leugen begrijpt. Door zich van het dogma af te keren, gaan zij door de poorten van de gerechtigheid, want zij zijn degenen met inzicht die de aarde zullen erven in dit derde millennium.
Een absurditeit vermomd als waarheid. De valse profeet verdedigt het ‘welvaartsevangelie’: ‘Het wonder komt altijd na het geven, nooit ervoor… en als het niet komt, is het omdat je weinig gaf.’ Uitvluchten van wolven, ontmaskerd door de rede: ‘Oordeel hem niet, bid voor hem,’ maar bidden voor een wolf neemt zijn hoektanden niet weg. , ACB 64 49[262] 55 , 0006
│ Dutch │ #RCC
Zo beschuldigt het dogma onschuldige kinderen! (Taal van de video:Spaans) /3/ https://youtu.be/QmHG8JD8RAY,
Dag 151
«Toon je ware kracht» — Zeus daagt Gabriël uit. (Taal van de video:Italiaans) /173/ https://youtu.be/cwyND4ZVH3Q
«Laten we de infographic analyseren die de visuele en lasterlijke boodschap tegen de heiligen analyseert en bekritiseert.
Noch Gabriël werd gestuurd om Sodom te verdedigen, noch werd Michaël gestuurd om het Romeinse Rijk te verdedigen; daarom is die Romeinse legionair niet Michaël, en die langharige man met vrouwelijke houdingen en kleding is Gabriël niet… zo zijn de vrienden van Lot niet. Als het Romeinse Rijk de heilige boodschappers niet respecteerde en zijn overblijfsel vandaag ook geen respect voor hen toont, geloof je dan werkelijk dat zij ooit de ware boodschap hebben verdedigd waartegen zij vijandig stonden, terwijl zij die in haar integriteit respecteerden?
Laten we de infographic analyseren die de visuele en lasterlijke boodschap tegen de heiligen analyseert en bekritiseert:
Roze cirkels (afgodische instelling):Men legt het bidden tot een afbeelding en het betalen voor bescherming op, eigent zich goddelijke autoriteit toe en noemt iedereen die zich niet onderwerpt ‘Satan’.
Blauwe cirkels (antwoord):Deze praktijk wordt aangeklaagd als afgoderij en als een schending van Gods wet. De instelling wordt ervan beschuldigd winst te maken uit het geloof, onrechtvaardigen te beschermen en mensen te misleiden met een valse goddelijke bescherming. Bovendien wordt haar vermeende geestelijke autoriteit in twijfel getrokken en bespot, waarbij tegenstrijdigheden worden getoond met wat zij beweert te verdedigen.
Belangrijke verduidelijking:De kritiek is geen blinde verdediging van alles wat ‘wet’ wordt genoemd, omdat ook wordt gesteld dat die wet is gemanipuleerd; de aanklacht richt zich zowel tegen afgoderij als tegen de verdraaiing van de boodschap zelf.
Conclusie:De reactie van woede past binnen het aangeklaagde patroon: de waarheid wordt verworpen, de rechtvaardigen worden belasterd en de boodschap wordt verdraaid om macht te behouden.
Roze cirkels: De god Mars, aanbeden door het Romeinse Rijk:
1: Aanvaard God en bid tot deze afbeelding (B). Als je bescherming wilt, huur dan mijn diensten in en richt je gebeden tot mij op deze manier: ‘Prins van de hemelse legermacht, wij smeken u ons tegen het kwaad te beschermen…’.
2: Als je tegen mij bent, ben je Satan, want ik ben met God.
Blauwe cirkels: De tegenstander van de god Mars:
1: Zwijg, usurpator. Er staat geschreven in 2 Mozes 20:5: ‘Je zult geen enkel beeld vereren.’ Tot jou bidden zou betekenen dat men jou als een god beschouwt, en in 2 Mozes 20:3 staat geschreven: ‘Je zult geen andere goden hebben behalve Jehovah.’
2: Er is geen enkele god vergelijkbaar met Degene die alle andere goden heeft gemaakt. Volgens Psalm 82 staat Jehovah te midden van de goden en veroordeelt Hij degenen die de onrechtvaardigen verwelkomen; maar de instelling die jij verdedigt opent voor hen allen de deuren, omdat jouw dienaren met jouw afgoden het geld zoeken dat de onrechtvaardigen betalen om zich door God beschermd te voelen.
3: Jij zegt dat jij de prins van de hemelse legermacht bent. Heb je jezelf in de spiegel bekeken (A)? Zijn zij jouw ondergeschikten (C)? Kom je om Sodom te verdedigen of om de rechtvaardigen te verdedigen? Geloof je werkelijk dat God aan jouw kant staat, of belaster je in jouw wanhoop degenen die God werkelijk zal redden? 5 Mozes 22:5: ‘Een vrouw zal geen mannenkleding dragen, en een man zal geen vrouwenkleding aantrekken; want ieder die dit doet, is een gruwel voor Jehovah, jouw God.’

Daniël 12:1 In die tijd zal Michaël opstaan…

Psalmen 41:10 Maar U, Jehovah, wees mij genadig en richt mij op, zodat ik hun vergelding kan geven.
Spreuken 21:31 Het paard wordt gereedgemaakt voor de dag van de strijd, maar de overwinning komt van Jehovah.
Psalmen 41:11 Hieraan zal ik weten dat U behagen in mij hebt: dat mijn vijand niet over mij triomfeert.

Je werd woedend… Zo werden ook de vervolgers van het rijk dat jij dient woedend tegen de waarheid; daarom ontkenden zij de wet van oog om oog en beschuldigden zij hun slachtoffers en de profeten van hun volk er valselijk van die te hebben ontkend.
Jesaja 42:1 Zie, mijn knecht, Ik zal hem ondersteunen; mijn uitverkorene, in wie mijn ziel welbehagen heeft…
Psalmen 112:10 De goddeloze zal het zien en woedend worden; hij zal knarsetanden en vergaan. Het verlangen van de goddelozen zal vergaan.

Wanneer het Rijk de tegenstanders van de heiligen ‘heiligen’ noemt, vertellen het rijk en zijn bondgenoten een ander verhaal…


«
«In Marcus 3:29 wordt gewaarschuwd dat ‘de zonde tegen de Heilige Geest’ een onvergeeflijke zonde is. Maar de geschiedenis en de praktijk van Rome onthullen een opmerkelijke morele omkering: de werkelijk onvergeeflijke zonde is volgens hun dogma het in twijfel trekken van de geloofwaardigheid van hun Bijbel. Ondertussen werden ernstige misdaden, zoals het doden van onschuldigen, genegeerd of gerechtvaardigd door dezelfde autoriteit die beweerde onfeilbaar te zijn. Dit artikel onderzoekt hoe deze ‘ene zonde’ werd geconstrueerd en hoe de instelling deze gebruikte om haar macht te beschermen en tegelijkertijd historische onrechtvaardigheden te rechtvaardigen.
In tegengestelde doeleinden van Christus staat de Antichrist. Als u Jesaja 11 leest, zult u de missie van Christus in Zijn tweede leven zien, en die is niet om iedereen te bevoordelen, maar alleen de rechtvaardigen. Maar de Antichrist is inclusief; ondanks dat hij onrechtvaardig is, wil hij op de ark van Noach klimmen; ondanks dat hij onrechtvaardig is, wil hij met Lot uit Sodom vertrekken… Gelukkig zijn zij voor wie deze woorden niet beledigend zijn. Wie zich niet beledigd voelt door deze boodschap, die is rechtvaardig, gefeliciteerd: Het christendom is door de Romeinen gecreëerd, alleen een geest die vriendelijk staat tegenover het celibaat, eigen aan Griekse en Romeinse leiders, vijanden van de Joden uit de oudheid, kon een boodschap bedenken zoals die zegt: ‘Dit zijn zij die zich niet met vrouwen hebben bezoedeld, want zij zijn maagdelijk gebleven. Zij volgen het Lam waarheen het ook gaat. Zij zijn gekocht uit de mensheid als eerstelingen voor God en voor het Lam’ in Openbaring 14:4, of een soortgelijke boodschap: ‘Want in de opstanding huwen zij niet, noch worden zij ten huwelijk gegeven, maar zij zijn als engelen van God in de hemel’, in Mattheüs 22:30. Beide boodschappen klinken alsof ze afkomstig zijn van een rooms-katholieke priester, en niet van een profeet van God die deze zegen voor zichzelf zoekt: Wie een vrouw heeft gevonden, heeft iets goeds gevonden en heeft de gunst van de Heer verkregen (Spreuken 18:22), Leviticus 21:14 Een weduwe, of een verstotene, of een onteerde vrouw, of een hoer, zal hij niet nemen, maar hij zal een maagd uit zijn volk tot vrouw nemen.
Ik ben geen christen; ik ben henotheïst. Ik geloof in één opperste God boven alles, en ik geloof dat er meerdere geschapen goden bestaan — sommigen trouw, anderen misleidend. Ik bid alleen tot de opperste God.
Maar omdat ik van kinds af aan ben geïndoctrineerd in het Romeinse christendom, heb ik vele jaren in zijn leerstellingen geloofd. Ik paste die ideeën toe, zelfs wanneer mijn gezond verstand iets anders zei.
Bijvoorbeeld — om zo te zeggen — keerde ik mijn andere wang toe naar een vrouw die mij al op de ene had geslagen. Een vrouw die zich in het begin gedroeg als een vriendin, maar vervolgens, zonder enige rechtvaardiging, mij begon te behandelen alsof ik haar vijand was — met vreemd en tegenstrijdig gedrag.
Beïnvloed door de Bijbel geloofde ik dat zij vijandig werd door een of andere betovering, en dat ze gebed nodig had om terug te keren naar de vriendin die ze ooit leek te zijn (of deed alsof ze was).
Maar uiteindelijk werd alles alleen maar erger. Zodra ik de kans kreeg om dieper te graven, ontdekte ik de leugen en voelde ik me verraden in mijn geloof. Ik begon te begrijpen dat veel van die leringen niet voortkwamen uit de ware boodschap van gerechtigheid, maar uit het Romeinse hellenisme dat de Schrift had geïnfiltreerd. En ik bevestigde dat ik bedrogen was.
Daarom ontmasker ik nu Rome en zijn bedrog. Ik strijd niet tegen God, maar tegen de laster die Zijn boodschap heeft verdraaid.
Spreuken 29:27 verklaart dat de rechtvaardige de goddeloze haat. Maar 1 Petrus 3:18 beweert dat de rechtvaardige voor de goddelozen is gestorven. Wie kan geloven dat iemand sterft voor wie hij haat? Dat geloven is blind geloof hebben; het is het accepteren van tegenstrijdigheid. En als blind geloof gepredikt wordt, is het dan niet omdat de wolf wil dat zijn prooi de misleiding niet ziet?
Jehovah zal roepen als een machtige krijger: ‘Ik zal wraak nemen op Mijn vijanden!’
(Openbaring 15:3 + Jesaja 42:13 + Deuteronomium 32:41 + Nahum 1:2–7)
En wat dan met de zogenaamde ‘liefde voor de vijand’ die, volgens sommige Bijbelverzen, door de Zoon van Jehovah zou zijn gepredikt — met de oproep om de volmaaktheid van de Vader na te volgen door universele liefde? (Markus 12:25–37, Psalm 110:1–6, Mattheüs 5:38–48)
Dat is een leugen verspreid door de vijanden van zowel de Vader als de Zoon.
Een valse leer die is ontstaan uit de vermenging van hellenisme met heilige woorden.
«

1 Sa-tan biết điều đó… Con Rắn không ở trên đỉnh chuỗi thức ăn. https://antibestia.com/2026/08/02/sa-tan-biet-dieu-do-con-ran-khong-o-tren-dinh-chuoi-thuc-an/ 2 Religia, której bronię, nazywa się sprawiedliwość. https://penademuerteya.com/2026/07/06/religia-ktorej-bronie-nazywa-sie-sprawiedliwosc/ 3 Zeus and Ganymede https://144k.xyz/2026/06/19/zeus-and-ganymede/ 4 Nếu đúng rằng tất cả chúng ta đều là con cái của Đức Chúa Trời và vì thế đều bình đẳng trước Ngài, thì điều này được giải thích như thế nào? https://144k.xyz/2026/06/03/neu-dung-rang-tat-ca-chung-ta-deu-la-con-cai-cua-duc-chua-troi-va-vi-the-deu-binh-dang-truoc-ngai-thi-dieu-nay-duoc-giai-thich-nhu-the-nao/ 5 El hexágono del poder… La IA y sus aportes… Aparte del inglés, ¿qué otros idiomas son más universales? https://penademuerteya.com/2026/05/02/la-ia-y-sus-aportes-aparte-del-ingles-que-otros-idiomas-son-mas-universales/

«Het Romeinse Rijk, Bahira, Mohammed, Jezus en het vervolgde Jodendom.
De geboorte en dood van het vierde beest. De Grieks-Romeinse alliantie tussen dezelfde goden. Het Seleucidenrijk.
Wees op uw hoede voor het geloven in het evangelie van de antichrist (Goed nieuws voor de onrechtvaardigen, hoewel vals)
Als u uzelf wilt redden van de misleiding door de tegenstander van de gerechtigheid, bedenk dan het volgende:
Om het valse evangelie van Rome te verwerpen, moet je accepteren dat als Jezus rechtvaardig was, Hij Zijn vijanden niet liefhad. En als Hij geen hypocriet was, dan predikte Hij geen liefde voor vijanden, omdat Hij niet predikte wat Hij niet in praktijk bracht: Spreuken 29:27 De rechtvaardige haat de onrechtvaardige, en de onrechtvaardige haat de rechtvaardige.
Dit is een deel van het evangelie dat door de Romeinen vervalst is ten behoeve van de Bijbel:
1 Petrus 3:18 Want ook Christus heeft eenmaal voor de zonden geleden, enkel voor onrechtvaardigen, opdat Hij ons tot God zou brengen.
Kijk nu eens naar dit, wat deze laster ontkracht:
Psalm 118:20 Dit is de poort van de HEERE; de rechtvaardigen zullen daar binnengaan.
21 Ik dank u, omdat u naar mij hebt geluisterd en mij hebt gered.
22 De steen die de bouwers verwierpen
is de hoeksteen geworden.
Jezus vervloekt zijn vijanden in de gelijkenis die zijn dood en wederkomst voorspelt:
Lukas 20:14 Toen de pachters van de wijngaard dat zagen, overlegden zij onder elkaar en zeiden: Deze is de erfgenaam; Kom, laten wij hem doden, dan zal de erfenis voor ons zijn. 15 Toen gooiden ze hem uit de wijngaard en doodden hem.
Wat zal de eigenaar van de wijngaard dan met hen doen?
16 Hij zal komen en deze pachters ombrengen en de wijngaard aan anderen geven. Toen zij dit hoorden, zeiden zij: ‘Zeker niet!’ 17 Maar Jezus keek hen aan en zei: Wat betekent dan dit wat er geschreven staat: De steen die de bouwers verworpen hebben, is de hoeksteen geworden?
Hij sprak over deze steen, de nachtmerrie-steen van de koning van Babylon:
Daniël 2:31 Terwijl u toekeek, o koning, zie, daar stond een groot beeld voor u, een zeer groot beeld, waarvan de heerlijkheid buitengewoon groot was; Het zag er angstaanjagend uit. 32 Het hoofd van het beeld was van zuiver goud, de borst en de armen waren van zilver, de buik en de dijen van brons, 33 de benen van ijzer en de voeten deels van ijzer en deels van leem. 34 Terwijl u toekeek, werd er zonder toedoen van mensenhanden een steen afgehouwen. En hij trof het beeld aan de voeten van ijzer en leem, zodat ze in stukken braken. 35 Toen werden het ijzer, het leem, het brons, het zilver en het goud verbrijzeld en werden als kaf van de dorsvloeren in de zomer; De wind voerde ze mee en liet geen spoor van hen achter. Maar de steen die het beeld trof, werd een grote berg en vulde de hele aarde.
Het vierde beest is de alliantie van de leiders van alle valse religies die de veroordeelde Romeinse fraude steunen.
Het christendom en de islam domineren de wereld. De meeste regeringen zweren bij de Koran of de Bijbel. Om die simpele reden zijn het religieuze regeringen die zich onderwerpen aan de religieuze autoriteiten achter de boeken waar ze bij zweren, ook al ontkennen ze dat. Hier zal ik u de Romeinse invloed op de dogma’s van deze religies laten zien en hoe ver deze afstaan van de dogma’s van de religie die Rome vervolgde. Bovendien maakt datgene wat ik u ga laten zien geen deel uit van de religie die we tegenwoordig kennen als het Jodendom. En als we daar de broederschap van leiders van het Jodendom, Christendom en Islam aan toevoegen, zijn er voldoende elementen die erop wijzen dat Rome de grondlegger is van de dogma’s van deze religies. Bovendien is de laatstgenoemde religie niet hetzelfde als het Jodendom dat door Rome werd vervolgd. Ja, ik beweer dat Rome het christendom heeft gecreëerd en dat het een ander jodendom heeft vervolgd dan het huidige. De loyale leiders van het legitieme jodendom zouden nooit broederlijke steun verlenen aan verspreiders van afgodische doctrines. Het is duidelijk dat ik geen christen ben. Waarom citeer ik dan passages uit de Bijbel om mijn beweringen te ondersteunen? Omdat niet alles in de Bijbel exclusief tot het christendom behoort, is een deel van de inhoud de inhoud van de religie van het pad van gerechtigheid die door het Romeinse Rijk werd vervolgd omdat deze in strijd was met het Romeinse ideaal om ‘alle wegen naar Rome te leiden’ (dat wil zeggen dat deze wegen de keizerlijke belangen behartigen), en daarom haal ik enkele passages uit de Bijbel aan om mijn beweringen te ondersteunen.
Daniël 2:40 En het vierde koninkrijk zal hard zijn als ijzer; en zoals ijzer alles verbrijzelt en verplettert, zo zal het alles verbrijzelen en verpletteren. 41 En wat u zag aan de voeten en de tenen, deels van pottenbakkersleem en deels van ijzer, zal een verdeeld koninkrijk zijn; en er zal iets van de stevigheid van ijzer in zitten, zoals u zag toen ijzer vermengd was met leem. 42 En omdat de tenen van de voeten gedeeltelijk van ijzer en gedeeltelijk van leem waren, zal het koninkrijk gedeeltelijk sterk en gedeeltelijk broos zijn. 43 Zoals u zag dat ijzer zich met leem vermengde, zo zullen ze door menselijke bondgenootschappen vermengd worden; Maar ze zullen niet aan elkaar kleven, zoals ijzer zich niet met leem vermengt. 44 En in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet te gronde zal gaan en waarvan de heerschappij niet aan een ander volk zal worden overgelaten. Het zal al deze koninkrijken verbrijzelen en vernietigen, maar zelf zal het voor altijd blijven bestaan.
Het vierde koninkrijk is het koninkrijk van valse religies. Daarom worden pausen in het Vaticaan geëerd door hoogwaardigheidsbekleders uit landen als de Verenigde Staten. Het leidende land ter wereld is niet de Verenigde Staten. Het is niet de vlag van de Verenigde Staten die op de belangrijkste pleinen van de hoofdsteden van verschillende Latijns-Amerikaanse landen wappert, maar de vlag van Vaticaanstad. De pausen ontmoeten leiders van andere dominante godsdiensten, iets wat je je bij profeten en valse profeten niet kunt voorstellen. Maar tussen valse profeten zijn zulke allianties mogelijk.
De hoeksteen is rechtvaardigheid. De Romeinen negeerden niet alleen het feit dat hij slechts een man was, maar ook het feit dat hij slechts een vrouw verdiende te trouwen:
1 Korintiërs 11:7 De vrouw is de heerlijkheid van de man.
Ze werden gepredikt tot Jezus, die geen vrouw voor zichzelf zoekt, alsof hij was als de Romeinse priesters die van het celibaat hielden en het beeld van Jupiter (Zeus) aanbaden; Sterker nog, ze noemen het beeld van Zeus het beeld van Jezus.
De Romeinen vervalsten niet alleen details over de persoonlijkheid van Jezus, maar ook details over zijn geloof en zijn persoonlijke en collectieve doelen. Fraude en het verbergen van informatie in de Bijbel komen zelfs voor in sommige teksten die aan Mozes en de profeten worden toegeschreven.
Het zou een vergissing zijn om te geloven dat de Romeinen de boodschappen van Mozes en de profeten vóór Jezus trouw hebben verkondigd, en dit vervolgens te ontkennen met enkele Romeinse leugens in het Nieuwe Testament van de Bijbel. Dat zou namelijk te gemakkelijk te weerleggen zijn.
Er zijn ook tegenstrijdigheden in het Oude Testament, ik zal voorbeelden noemen:
Besnijdenis als religieus ritueel is vergelijkbaar met zelfkastijding als religieus ritueel.
Ik kan onmogelijk accepteren wat God zelf heeft gezegd: Maak geen snijwonden in je huid als onderdeel van een religieus ritueel. En aan de andere kant gaf Hij bevel tot besnijdenis, wat betekent dat er sneetjes in de huid worden gemaakt om de voorhuid te verwijderen.
Leviticus 19:28 Zij mogen geen enkele insnijding op hun hoofd maken, de rand van hun baard niet afscheren en geen enkele insnijding in hun vlees maken. In strijd met Genesis 17:11 zullen zij het vlees van hun voorhuid besnijden; dat zal het teken zijn van het verbond tussen ons.
Kijk maar eens hoe valse profeten zichzelf kastijdden. Dit zijn praktijken die we zowel in het katholicisme als in de islam terugvinden.
1 Koningen 18:25 Toen zei Elia tegen de profeten van Baäl: Kies voor jezelf een os… 27 Toen het middag was, bespotte Elia hen. 28 Ze schreeuwden met luide stem en sneden zichzelf met messen en lancetten, zoals ze altijd deden, tot er bloed uit hen gutste. 29 Toen het middag werd, riepen ze luid, tot aan het offer, maar er klonk geen geluid, niemand antwoordde, niemand luisterde.
Tot een paar decennia geleden was het gebruikelijk dat katholieke priesters een tonsuur op het hoofd droegen, maar hun aanbidding van afgodsbeelden van verschillende vormen, materialen en met verschillende voornamen komt nog steeds veel voor. Ongeacht welke namen ze hun afgoden geven, het zijn nog steeds afgoden: Leviticus 26:1 zegt: ‘U mag voor uzelf geen afgodsbeelden maken, geen gesneden beelden, geen heilige gedenktekens oprichten en geen beschilderde stenen in uw land plaatsen om ze te aanbidden, want Ik ben de HEERE, uw God.’
De liefde van God.
Ezechiël 33 geeft aan dat God de goddelozen liefheeft:
Ezechiël 33:11 Zeg tot hen: Zo waar Ik leef, spreekt de Heere HEERE, Ik heb geen behagen in de dood van de goddeloze, maar daarin, dat de goddeloze zich bekeert van zijn weg en leeft. Bekeer u, bekeer u van uw slechte wegen; Waarom zoudt gij sterven, huis van Israël?
Maar Psalm 5 geeft aan dat God de goddelozen haat:
Psalmen 5:4 Want Gij zijt geen God, die behagen schept in onrecht; Er zal geen slecht mens bij u in de buurt wonen. 5 Dwazen zullen niet voor uw ogen bestaan; Gij verafschuwt allen die ongerechtigheid bedrijven. 6 De leugenaars zult U vernietigen; De HEERE zal een afschuw hebben van de man die bloeddorstig en bedrieglijk is.
De doodstraf voor moordenaars:
In Genesis 4:15 is God tegen oog om oog en leven om leven, door de moordenaar te beschermen. Kaïn.
Genesis 4:15 Maar de Heer zei tegen Kaïn: ‘Wie jou doodt, zal zevenvoudig gestraft worden.’ Toen bracht de Heer een merkteken aan op Kaïn, zodat niemand die hem zou vinden, hem zou doden.
Maar in Numeri 35:33 beveelt God de doodstraf voor moordenaars als Kaïn:
Numeri 35:33 Gij zult het land waarin gij zijt, niet verontreinigen, want bloed verontreinigt het land, en door bloed dat daarin vergoten is, kan aan het land geen verlichting worden gegeven, behalve door het bloed van hem die het vergoten heeft.
Het zou ook een vergissing zijn om te vertrouwen op het feit dat de boodschappen in de zogenaamde ‘apocriefe’ evangeliën werkelijk de ‘door Rome verboden evangeliën’ zijn. Het beste bewijs is dat dezelfde valse dogma’s zowel in de Bijbel als in deze apocriefe evangeliën voorkomen, bijvoorbeeld:
Als belediging voor de Joden die vermoord werden vanwege hun respect voor de wet die hen verbood varkensvlees te eten. In het valse Nieuwe Testament is de consumptie van varkensvlees toegestaan (Matteüs 15:11, 1 Timotheüs 4:2-6):
Mattheüs 15:11 zegt: ‘Het is niet wat de mond ingaat, dat de mens verontreinigt, maar wat de mond uitkomt, dat is wat de mens verontreinigt.’
Je vindt dezelfde boodschap in een van de evangeliën die niet in de Bijbel staan:
Evangelie van Thomas 14: Wanneer u naar een land reist en door de velden reist, eet dan, als u daar welkom bent, alles wat u wordt aangeboden. Wat uw mond ingaat, zal u niet verontreinigen, maar wat uw mond uitkomt, zal u verontreinigen.
Deze Bijbelpassages geven hetzelfde aan als Mattheüs 15:11.
Romeinen 14:14 Ik weet en ben ervan overtuigd in de Heere Jezus, dat niets onrein is op zichzelf; Maar voor wie denkt dat iets onrein is, voor hem is het onrein.
Titus 1:15 Voor de reinen is alles rein, maar voor hen die verontreinigd en ongelovig zijn, is niets rein. maar zowel hun geest als hun geweten zijn verontreinigd.
Het is allemaal gruwelijk omdat Rome met de sluwheid van een slang handelde, het bedrog is verwerkt in echte onthullingen zoals de waarschuwing tegen het celibaat:
1 Timotheüs 4:2 Om de huichelarij van de leugenaars, die hun geweten als met een brandend ijzer hebben toegeschroeid, 3 verbieden zij het huwelijk en gebieden zij zich te onthouden van spijzen die God geschapen heeft om met dankzegging te worden gebruikt door hen die geloven en de waarheid kennen. 4 Want alles wat God geschapen heeft, is goed. Niets is verwerpelijk, als het met dankzegging ontvangen wordt. 5 Want het wordt geheiligd door het woord van God en door het gebed.
Kijk eens waar de mensen in geloofden die weigerden varkensvlees te eten, ondanks de martelingen van koning Antiochus IV Epiphanes, een Zeus-aanbiddende koning. Kijk maar eens hoe de oude Eleazar, samen met zeven broers en hun moeder, door de Griekse koning Antiochus werd vermoord omdat ze weigerden varkensvlees te eten. Was God wreed genoeg om een wet af te schaffen die Hij Zelf had ingesteld en waarvoor de gelovige Joden hun leven hadden geofferd in de hoop door dat offer het eeuwige leven te ontvangen? Degenen die de wet hebben afgeschaft, waren noch Jezus, noch zijn discipelen. Het waren Romeinen die dezelfde goden hadden als de Grieken:
Jupiter (Zeus),
Cupido (Eros),
Minerva (Athene),
Neptunus (Poseidon),
Zowel de Romeinen als de Grieken aten varkensvlees en zeevruchten, maar gelovige Joden verwierpen deze voedingsmiddelen.
Laten we het hebben over de koning die Zeus aanbad:
Antiochus IV Epiphanes was koning van het Seleucidische Rijk van 175 v.Chr. tot aan zijn dood in 164 v.Chr. Zijn naam in het Oudgrieks was Αντίοχος Επιφανής, wat ‘gemanifesteerde god’ betekent.
2 Makkabeeën 6:1 Na enige tijd stuurde de koning een oudste uit Athene om de Joden te dwingen de wetten van hun voorouders te overtreden en te leven op een manier die in strijd was met de wetten van God, 2 om de tempel in Jeruzalem te ontheiligen en deze te wijden aan Zeus de Olympiër, en om de tempel op de berg Gerizim te wijden aan Zeus de Hospitaalridder, zoals de bevolking daar had gevraagd.
2 Makkabeeën 6:18 Ze wilden Eleazar, een van de voornaamste schriftgeleerden, een man van hoge leeftijd en met een edel uiterlijk, dwingen varkensvlees te eten door zijn mond open te doen. 19 Maar hij verkoos een eervolle dood boven een oneervol leven en ging vrijwillig naar de plaats van executie.
2 Makkabeeën 7:1 Zeven broers en hun moeder werden gearresteerd. De koning wilde hen dwingen varkensvlees te eten, wat bij wet verboden was, door hen te slaan met zwepen en ossen. 2 Een van hen nam het woord namens alle broeders en zei: ‘Wat wilt u weten door ons vragen te stellen? Wij zijn bereid om te sterven in plaats van de wetten van onze voorouders te overtreden.’
2 Makkabeeën 7:6 ‘God, de Heer, ziet toe en heeft medelijden met ons. Dit zei Mozes in zijn lied toen hij het volk verweet dat ze ontrouw waren: ‘De Heer zal zich ontfermen over zijn dienaren. 7 Zo stierf de eerste. Toen leidden ze de tweede naar de beul, en nadat ze hem hadden gescalpeerd, vroegen ze hem: ‘Wil je iets eten, zodat je lichaam niet in stukken wordt gesneden?’
8 Hij antwoordde in zijn moedertaal: ‘Nee!’
Hij werd dus ook aan martelingen onderworpen. 9 Maar toen hij zijn laatste adem uitblies, zei hij:
Jij, crimineel, neemt ons huidige leven af. Maar God zal ons, die voor Zijn wetten gestorven zijn, opwekken tot het eeuwige leven.
Het lied van Mozes is een lied over liefde voor vrienden en haat voor vijanden. Het is geen lied van vergeving voor de vijanden van Gods vrienden. Het blijkt dat er in Openbaring een aanwijzing staat die erop wijst dat Jezus dezelfde boodschap had en dat hij daarom geen liefde voor vijanden predikte.
Openbaring 15:3 En zij zongen het lied van Mozes, de dienaar van God, en het lied van het Lam, zeggende: Groot en wonderbaar zijn Uw werken, Heere God, Almachtige! rechtvaardig en waarachtig zijn uw wegen, Koning der heiligen. Wie zou U niet vrezen, HEERE, en Uw Naam niet verheerlijken?
Zoals u kunt zien, kozen ze ervoor om te sterven, ondanks de verschrikkelijke martelingen die uiteindelijk tot hun dood leidden. Zo wilden ze hun God niet teleurstellen.
Let nu eens op dit detail:
2 Makkabeeën 6:21 De leiders van het bij wet verboden feest, die de man al enige tijd kenden, namen hem apart en adviseerden hem om zelf bereid vlees te laten brengen dat wel geoorloofd was, en te doen alsof hij het geofferde vlees at, zoals de koning had bevolen. 22 Op die manier zou hij aan de dood ontkomen, en zij zouden hem, vanwege hun vroegere vriendschap met hem, vriendelijk behandelen. 23 Maar Eleazar gedroeg zich op een wijze die bij zijn leeftijd paste, bij zijn eerbiedwaardige ouderdom en bij zijn witte haar, dat het teken was van zijn inspanningen en zijn aanzien, een wijze die paste bij zijn onberispelijke gedrag van kindsbeen af en vooral bij de heilige wet die door God was ingesteld. Hij antwoordde dienovereenkomstig: ‘Neem onmiddellijk mijn leven! 24 Op mijn leeftijd is het niet de moeite waard om te beweren dat ik, Eleazar, op negentigjarige leeftijd een vreemde godsdienst heb aangenomen, 25 en dat zij, vanwege mijn huichelarij en mijn korte, korte leven, door toedoen van mij in dwaling zijn geraakt. Als ik dat zou doen, zou ik schande en oneer over mijn ouderdom brengen. 26 En zelfs al zou ik nu aan de straf van de mensen ontkomen, dan zou ik noch levend noch dood aan de handen van de Almachtige kunnen ontkomen. 27 Daarom verlaat ik dit leven moedig, om te bewijzen dat ik mijn ouderdom waardig ben. 28 En ik laat de jonge mannen een edel voorbeeld na, om te bewijzen dat ik bereid ben moedig te sterven voor onze eerbiedwaardige en heilige wetten.
De Grieken moesten ‘barmhartig’ zijn tegenover degenen die, onder marteling, akkoord gingen met het eten van varkensvlees, maar de gelovigen wilden niet zondigen tegen hun God, ongeacht de omstandigheden. Het blijkt dat deze boodschap in de Koran geschreven lijkt te zijn door koning Antiochus IV Epiphanes: ‘Als ik je martel, moet je ermee instemmen varkensvlees te eten, je moet mijn genade aanvaarden. En dus zal ik stoppen met je te martelen. Als uw God het u verbiedt, heeft Hij aangegeven dat, mocht ik u martelen en u gedwongen worden dit te doen, u mag eten en u zich niet als een zondaar mag voelen.’
De Koran verbiedt het eten van varkensvlees expliciet in verschillende verzen. Een van de duidelijkste is Soera 2:173, waarin staat:
‘Hij heeft jullie alleen het dode vlees, het bloed, het vlees van varkens en wat geofferd is in de naam van iemand anders dan Allah, verboden. Maar wie daartoe gedwongen wordt, zonder verlangen of overdaad, begaat geen zonde. Voorwaar, Allah is Meest Vergevensgezind, Meest Genadevol.’
(Koran 2:173)
ChatGPT zei:
Het personage Bahira in het verhaal van Mohammed is interessant en is onderwerp van debat en speculatie. Volgens sommige islamitische bronnen was Bahira een christelijke monnik die op jonge leeftijd een ontmoeting met Mohammed zou hebben gehad, wat een indruk op zijn religieuze denken heeft achtergelaten. Sommige verslagen suggereren dat Bahira met hem gesproken zou hebben over aspecten van het christelijk geloof en dat haar invloed mogelijk heeft bijgedragen aan de ideeën die Mohammed later in de Koran ontwikkelde.
Het bestaan van Bahira en zijn ontmoeting met Mohammed als kind is een controversieel onderwerp en historisch moeilijk te verifiëren. Er is geen onafhankelijk bewijs buiten islamitische bronnen dat het bestaan van Bahira of zijn ontmoeting met Mohammed bevestigt. Er zijn geen christelijke verslagen of historische documenten uit de tijd van Mohammed waarin Bahira als invloedrijke christelijke monnik wordt genoemd. Ook hiervoor is geen archeologisch bewijs gevonden.
Het bestaan van Bahira als christelijke monnik en zijn ontmoeting met Mohammed zijn niet onafhankelijk gedocumenteerd in historische bronnen buiten de Islam. Islamitische bronnen vertellen het verhaal, maar er is geen archeologisch bewijs of externe historische documenten die dit ondersteunen. Hoewel de figuur van Bahira een belangrijke rol speelt binnen de islamitische traditie, blijft de waarheidsgetrouwheid van zijn verhaal een controversiële en speculatieve vraag.
Dus ik vertelde ChatGPT zoiets:
‘Als ik aantoon dat bewering B, die door groep 1 wordt verdedigd, onjuist is, en ik zie vervolgens dat groep 2 ook bewering B verdedigt, dan kan ik beide groepen in diskrediet brengen.’
ChatGPT zei:
U hebt gelijk in uw punt. Als een verhaal zich in verschillende religies herhaalt en terug te voeren is op externe of historische invloeden (zoals Rome), kan dit vragen oproepen over de authenticiteit of bedoeling achter die verhalen.
Je zei:
Ik ben het met je laatste alinea eens, maar veel mensen kennen de profetieën van Jesaja 7 bijvoorbeeld niet en hebben alleen gehoord dat ‘Gabriël aan Maria de maagdelijke geboorte van Jezus aankondigde’, dat wil zeggen dat ze niets weten van deze discrepanties, ze weten er niets van, maar ze geloven dat ze geleid worden door de meerderheid, door de massamedia, enz. Ik denk dat ze zelf kunnen kiezen wat ze wel en niet geloven. Maar als ze over alle details geïnformeerd worden, kunnen ze beter beslissen. Dat is mijn doel.
[Zie hier wat ik bedoel:
Let op de gelijkenis tussen de verhalen:
Bijbel – Besteed speciale aandacht aan Mattheüs 1:21: ‘Zie, een maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en zij zullen Hem de naam Immanuel geven’ (wat betekent ‘God met ons’). Je kunt in die boodschap een poging van de Romeinen zien om dit verhaal op een dwingende manier te koppelen aan een profetie van Jesaja die niets te maken heeft met deze veronderstelde goddelijke gebeurtenis, waardoor het verhaal volledig in diskrediet wordt gebracht.
Mattheüs 1:18 De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus: Toen Maria, zijn moeder, met Jozef verloofd was, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn van de Heilige Geest. 19 Haar man Jozef was een rechtvaardig man en wilde haar niet te schande maken. Daarom besloot hij in het geheim van haar te scheiden. 20 Terwijl hij daarover nadacht, verscheen hem in een droom een engel van de Heer, die zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang om Maria als je vrouw mee naar huis te nemen, want wat in haar verwekt is, is van de Heilige Geest. 21 Zij zal een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal zijn volk redden van hun zonden. 22 Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat de Heer door de profeet had gezegd:
Mattheüs 1:23 Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven (wat betekent: God met ons). 24 Toen ontwaakte Jozef uit zijn slaap en deed zoals de engel van de Heer hem had bevolen. Hij nam zijn vrouw tot vrouw. 25 Maar hij had geen gemeenschap met haar, totdat zij haar eerstgeboren zoon gebaard had; en hij noemde hem Jezus.
Lucas 1:26 In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar Nazareth, een stad in Galilea, 27 naar een maagd die Maria heette en die verloofd was met Jozef, een afstammeling van koning David. 28 Toen kwam de engel naar Maria toe en zei: ‘Verheug u, door God begenadigde! De Heer is met u!’
29 Toen Maria dit hoorde, raakte ze in verwarring en vroeg zich af wat deze groet betekende. 30 Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, want God is u genadig geweest. 31 U zult zwanger worden en een zoon baren, en u moet Hem de naam Jezus geven. 32 Uw zoon zal een groot mens zijn, de Zoon van de Allerhoogste. God, de Heer, zal hem de troon van zijn voorvader David geven. 33 Hij zal voor eeuwig over het huis van Jakob regeren, en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.
34 Maria zei tegen de engel: ‘Ik heb geen man. Hoe kan mij dit dan overkomen?’ 35 De engel antwoordde haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste God zal u omringen. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig zijn, de Zoon van God.’
Koran:
Passage uit de Koran in Soera 19 (Maryam), waarin gesproken wordt over de maagdelijke geboorte van Jezus:
Soera 19:16-22 (ruwe vertaling):
En het wordt vermeld in het Boek van Maria, toen zij van haar familie wegging naar een plaats in het oosten. En ze legde een sluier tussen zichzelf en hen; Toen zonden Wij Onze geest naar haar, en deze kwam tot haar in de vorm van een volmaakte man. Ze zei: ‘Ik zoek mijn toevlucht bij de Meest Barmhartige tegen u, als u godvrezend bent.’ Hij zei: ‘Ik ben slechts een boodschapper van uw Heer om u een reine zoon te schenken.’ Zij zei: Hoe kan ik een zoon krijgen, als geen man mij heeft aangeraakt en ik geen onreine vrouw ben? Hij zei: ‘Dat zal zo zijn. Uw Heer zei: ‘Dat is gemakkelijk voor Mij; en opdat Wij het tot een teken voor de mensen maken en tot een genade van Onze kant. en het was een uitgemaakte zaak.’ Zo ontving zij hem en trok zich met hem terug naar een afgelegen plek.
Nu zal ik bewijzen dat dit verhaal niet waar is:
Volgens de Bijbel werd Jezus geboren uit een maagd, maar dit is in tegenspraak met de context van de profetie in Jesaja 7. Ook de apocriefe evangeliën, waaronder het Evangelie van Filippus, houden dit idee in stand. De profetie van Jesaja verwijst echter naar de geboorte van koning Hizkia en niet naar Jezus. Hizkia werd geboren uit een vrouw die nog maagd was toen de profetie werd uitgesproken, niet nadat ze zwanger was geworden. De profetie van Immanuel werd vervuld door Hizkia, niet door Jezus. Rome verborg het ware evangelie en gebruikte apocriefe teksten om de aandacht af te leiden en grote leugens te legitimeren. Jezus vervulde de profetieën van Jesaja over Immanuel niet, en de Bijbel interpreteert de betekenis van de maagd in Jesaja 7 verkeerd.
Jesaja 7:14-16: In deze passage wordt melding gemaakt van een maagd die zwanger zal worden van een zoon genaamd Immanuel, wat betekent ‘God met ons.’ De profetie is gericht aan koning Achaz en heeft betrekking op de onmiddellijke politieke situatie, met name de vernietiging van de landen van de twee koningen die Achaz vreest (Pekah en Rezin). Dit komt overeen met de historische context en tijdlijn van de geboorte van koning Hizkia, niet die van Jezus.
De inconsistentie van het verhaal aantonen:
Jesaja 7:14-16: ‘Daarom zal de Heer Zelf u een teken geven: Zie, een maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en zij zal Hem de naam Immanuel geven. Hij zal boter en honing eten, totdat hij weet hoe hij het kwade moet afwijzen en het goede moet kiezen. Want voordat het kind weet het kwade te verwerpen en het goede te kiezen, zal het land van de twee koningen waar je bang voor bent, verlaten zijn.’
In deze passage wordt melding gemaakt van een maagd die een zoon zal ontvangen die Immanuel heet, wat ‘God met ons’ betekent. De profetie is gericht aan koning Achaz en heeft betrekking op de onmiddellijke politieke situatie, met name de vernietiging van de landen van de twee koningen die Achaz vreest (Pekah en Rezin). Dit komt overeen met de historische context en tijdlijn van de geboorte van koning Hizkia, niet die van Jezus.
2 Koningen 15:29-30: ‘In de dagen van Pekah, de koning van Israël, kwam Tiglat-Pileser, de koning van Assyrië, en nam Ijon in, Abel-Beth-Maächa, Janoah, Kedes, Hazor, Gilead, Galilea en het gehele land van Naftali, en voerde hen gevankelijk weg naar Assyrië. Hosea, de zoon van Ela, smeedde een samenzwering tegen Pekah, de zoon van Remalia. Hij viel hem aan en doodde hem. Hij volgde hem op als koning in het twintigste jaar van Jotham, de zoon van Uzzia.’
Het beschrijft de val van Pekah en Rezin, waarmee Jesaja’s profetie over de verwoesting van het land van de twee koningen in vervulling gaat, voordat het kind (Hizkia) leert het kwaad af te wijzen en het goede te kiezen.
2 Koningen 18:4-7 Hij verwijderde de offerhoogten, brak de gewijde stenen aan stukken, hakte de essenhouten palen om en sloeg de koperen slang die Mozes gemaakt had, in stukken, totdat de Israëlieten er reukwerk voor brandden. Hij noemde hem Nehushtan. Hij vertrouwde op de HEERE, de God van Israël; Er was niemand zoals hij onder de koningen van Juda vóór of na hem. Want hij volgde de HEERE en week niet van Hem af, maar hield zich aan de geboden die de HEERE aan Mozes geboden had. De HEERE was met hem, en overal waar hij ging, was hij voorspoedig. Hij kwam in opstand tegen de koning van Assyrië en diende hem niet.
Het benadrukt Hizkia’s hervormingen en zijn trouw aan God, en laat zien dat ‘God met hem was’, wat de naam Immanuel in Hizkia’s context vervult.
Jesaja 7:21-22 en 2 Koningen 19:29-31: ‘En het zal te dien dage geschieden, dat een mens een koe en twee schapen zal verwekken; en hij zal boter eten vanwege hun overvloed aan melk; Voorwaar, wie in het land overblijft, zal boter en honing eten.’ / En dit zal voor u een teken zijn, Hizkia: dit jaar zult u eten wat vanzelf groeit, en in het tweede jaar wat vanzelf opschiet; en in het derde jaar mag u zaaien en oogsten, wijngaarden planten en de vrucht ervan eten. En de overgeblevenen van het huis van Juda zullen opnieuw wortel schieten naar beneden en vrucht dragen naar boven. Want een overblijfsel zal uit Jeruzalem weggaan, en één overlevende van de berg Sion. De ijver van de HEERE van de legermachten zal dit doen.’
In beide passages wordt gesproken over overvloed en voorspoed in het land, wat overeenkomt met de regering van Hizkia. Dit ondersteunt de interpretatie dat de profetie in Jesaja betrekking had op Hizkia.
2 Koningen 19:35-37: ‘En het gebeurde die nacht, dat de Engel des HEEREN uittrok en in het leger der Assyriërs honderdvijfentachtigduizend man sloeg; Toen zij de volgende morgen opstonden, zie, het waren allemaal lijken. Toen vertrok Sanherib, de koning van Assyrië, en keerde terug naar Nineve, waar hij bleef. En het gebeurde, terwijl hij in de tempel van zijn god Nisroch aanbad, dat Adrammelech en zijn zonen Sarezer hem met het zwaard sloegen, waarop hij vluchtte naar het land Ararat. En zijn zoon Esarhaddon regeerde in zijn plaats.’
Het beschrijft de wonderbaarlijke nederlaag van de Assyriërs, die door Jesaja werd voorspeld. Het laat Gods tussenkomst en steun aan Hizkia zien en geeft verder aan dat de profetie van Immanuel betrekking had op Hizkia.
]
Deze leugens zijn slechts enkele van de vele leugens die in de Bijbel staan. Er staan nog veel meer leugens in de Bijbel. De Bijbel bevat waarheden zoals dat de rechtvaardigen en de goddelozen elkaar haten (Spreuken 29:27, Spreuken 17:15, Spreuken 16:4), maar als geheel verdient de Bijbel geen erkenning, omdat de inhoud ervan, toen het in de concilies werd besloten, door de zwarte handen van Rome is gegaan.


«
«Sandra en de stem van de Duivel.
Alles begon in oktober 1996. We kwamen terug van een groepsopdracht die we hadden uitgevoerd in het huis van een gezamenlijke vriendin. Ik was verliefd op haar en probeerde tijdens de hele terugweg het juiste moment te vinden om haar eerlijk te vertellen wat ik voor haar voelde. In plaats van een gesprek kreeg ik echter te maken met onverwachte vijandigheid: ze begon me slecht te behandelen en me zonder enige logische verklaring te beledigen.
Het kritieke moment kwam toen we aankwamen bij de bushalte die we allebei gebruikten in Zárate, San Juan de Lurigancho, aan de Avenida Malecón Checa. Ze bleef afstandelijk en beledigend, en ik, verward en ontmoedigd door haar plotselinge verandering, stond op het punt weg te gaan.
Ze zei kortaf tegen me:
‘Daar is je bus. Stap in en ga weg.’
Ik aarzelde. Ik wilde nog steeds begrijpen wat er met haar aan de hand was en vermoedde dat dit vreemde gedrag misschien werd veroorzaakt door iets van buitenaf, zoals hekserij. Ik bleef wachten op een antwoord.
Zodra de bus was vertrokken, werd de duisternis van de Malecón Checa gevuld met een echte dreiging: ongeveer zestien mannen die eruitzagen als criminelen kwamen vanaf de oever van de rivier de Rímac en liepen recht op ons af.
Ik was doodsbang en stond te trillen, maar ik ging voor haar staan en probeerde haar koste wat het kost te beschermen.
Op dat moment van het grootste gevaar hoorde ik iets onmogelijks: uit haar mond — de mond van een vrouw die ik goed kende — klonk een diepe, krachtige mannenstem die zei:
‘Ik ben niet bang, ik ben niet bang.’
Toen de mannen ons voorbij waren gelopen, draaide ik me naar haar om, in de verwachting opluchting of dankbaarheid op haar gezicht te zien. Ik vond niets: geen bedankje en geen spoor van de angst die ik zelf voelde. Ze bleef daar staan als een standbeeld, stapte vervolgens in haar eigen bus en liet me achter, terwijl ze me volledig negeerde.
Negen maanden later, nadat ik opnieuw contact met haar had opgenomen, vroeg ze me of we samen konden afspreken om te studeren. Op een dag, op het instituut waar we hadden afgesproken, probeerde ik haar eindelijk te confronteren met de vraag:
‘Waarom heb je me in 1996 zo behandeld?’
Plotseling veranderde haar stem.
Ze begon te praten als een klein meisje en riep:
‘Kom me maar achterna als je kunt! Pak me maar als je kunt!’
Terwijl ze lachend het lokaal uit rende.
Ik volgde haar naar een hogere verdieping, waar ze in een doodlopende gang terechtkwam. Toen ik haar bereikte, zag ik haar tegen de muur leunen, zwetend en hevig trillend, zonder een woord te zeggen en met de uitstraling van iemand die in absolute paniek verkeerde.
Op dat moment, verbijsterd door wat ik zag, besloot ik weg te gaan. Maar ze bleef me keer op keer bellen en me telefonisch vragen haar te blijven zoeken.
Verward door de katholieke dogma’s waarmee ik sinds mijn jeugd was geïndoctrineerd, kon ik niet begrijpen dat zij geen slachtoffer was van demonische bezetenheid die mijn liefde of mijn gebeden nodig had om bevrijd te worden, maar een wrede vrouw die een cynische methode gebruikte om mij te beheersen: maandenlang vroeg ze me haar steeds opnieuw te zoeken, alleen maar om me te beledigen, me af te wijzen en uiteindelijk een hinderlaag voor me op te zetten met criminelen.





Onlangs vond ik een YouTube-video met de code h77tDW4tMy4, waarin de Venezolaanse katholieke priester Luis Toro sprak over zonde, biecht, hekserij, demonische bezetenheid en exorcismen.
Daarop plaatste ik de volgende reactie met mijn account @JoseGalindoMMXXVI:
Deze toespraak over ‘bezetenheid’ en ‘geestelijke strijd’ is het gevaarlijkste alibi om de slechtheid van sommige mensen te verbergen. Mijn persoonlijke ervaring heeft mij laten zien dat wat jullie ‘demonische bezetenheid’ noemen, in werkelijkheid een mechanisme van manipulatie is dat wordt gebruikt door mensen van vlees en bloed.
In mijn jeugd kende ik een vrouw die persoonlijkheidswisselingen, nagebootste stemmen en grillig gedrag gebruikte om mij te manipuleren. Terwijl zij een toestand van ‘bezetenheid’ veinsde om mij voortdurend met haar bezig te laten zijn, belasterde zij mij achter mijn rug met valse beschuldigingen van seksuele intimidatie en zorgde zij er uiteindelijk onder dat voorwendsel voor dat ik werd mishandeld.
Zij was niet bezeten; zij handelde vanuit haar eigen verdorvenheid, met haar eigen gezicht en haar eigen beslissingen, en gebruikte fictie om haar verantwoordelijkheid te ontlopen en mij te vernietigen.
Ik heb op de harde manier geleerd dat de echte ‘bezetenheid’ bestaat uit gevangen zitten in dogma’s die je doen geloven dat een slecht mens door gebed rechtvaardig kan worden, of dat zijn slechtheid afkomstig is van een externe entiteit.
Ik was een onwetende die geloofde in de valse ‘liefde voor de vijand’ die door het hellenisme in de Bijbel werd ingevoerd. Dat dogma past noch bij de wetten noch bij de profetieën en dient er alleen toe dat de rechtvaardige zich laat manipuleren door de slechte.
Ik begreep dat als de woorden van Jezus door Rome werden vervalst, het niet vreemd is dat ook de Wet en de Profeten door hetzelfde Rijk werden aangepast om de mensheid te misleiden.
Zonde heeft de oren van een roddelaar die zichzelf ‘vader’ noemt niet nodig. De echte belijdenis die God vergeeft, is de oprechte bekentenis van de rechtvaardige tegenover het slachtoffer dat hij heeft gekwetst, niet tegenover een derde die daar niets mee te maken heeft.
En om mijn zonden tegenover God te belijden, heb ik geen tussenpersonen nodig tegenover Hem die zelfs gedachten hoort.
Ondertussen leren jullie mensen het ‘Weesgegroet Maria’ te bidden, te knielen voor afbeeldingen — wat afgoderij is — en zichzelf in datzelfde gebed zondaars te noemen tegenover een geschapen wezen en niet tegenover God, tot aan het uur van hun dood: ‘nu en in het uur van onze dood’, waardoor zij zichzelf verzekeren van een voortdurend leven als zondaars.
Dat betekent niet dat men zich van de zonde afkeert en het voldoet niet aan de voorwaarde om Gods vergeving te ontvangen.
Spreuken 28:13
‘Wie zijn overtredingen verbergt, zal geen voorspoed kennen; maar wie ze belijdt en nalaat, zal barmhartigheid verkrijgen.’
Deze valse biecht is een duivels bedrog dat door het Rijk en zijn valse bekering is gecreëerd.
Dat is wat het betekent ‘bezeten’ te zijn: leven onder de misleiding van dogma’s die je gevangen houden in dwaling.

Een slecht mens doet kwaad omdat hij slecht is, niet omdat hij door iets bezeten zou zijn.
De rechtvaardige wordt bezoedeld wanneer hij ‘door de Duivel bezeten’ is, wat — als we die uitdrukking willen gebruiken — betekent dat hij is misleid door de dogma’s die door het Romeinse Rijk werden opgelegd nadat het vrijwel niets had overgelaten van de rechtvaardige boodschap die het altijd had verworpen, zoals Daniël 12:10 zegt:
‘Velen zullen gereinigd, gelouterd en gezuiverd worden; de goddelozen zullen goddeloos handelen, en geen van de goddelozen zal het begrijpen, maar de verstandigen zullen het begrijpen.’
Het rijk van de goddelozen bleef wat het altijd was, ook al werden de keizers vervangen door pausen. De munten met de gezichten van zijn leiders worden nog steeds geslagen; de afbeeldingen van zijn oude goden — de Zon, Mars, Minerva en Jupiter — worden nog steeds vereerd, zij het onder andere namen; en Gods rechtvaardige wet van oog om oog blijft door Rome worden uitgedaagd met de leer van het aanbieden van het andere oog of de andere wang.
Het is opmerkelijk om iemand die zichzelf een ‘exorcist’ noemt hekserij te horen veroordelen, terwijl de Katholieke Kerk precies dezelfde methoden van controle toepast.
Laten we de overeenkomst bekijken: de tovenaar verkoopt je een amulet voor je ‘bescherming’, en de Kerk hangt je een rozenkrans om de hals met dezelfde loze belofte.
De tovenaar biedt je een ritueel bad aan voor geluk, terwijl de priester je besprenkelt met ‘wijwater’ volgens dezelfde bijgelovige logica.
Zelfs in hun fundamenten delen beiden dezelfde obsessie: de tovenaar gebruikt schedels op zijn altaren, terwijl de Kerk haar tempels bouwt boven catacomben en beenderen van doden; sterker nog, zij toont schedels aan de voet van haar kruisen waarvoor mensen knielen, waardoor een doodscultus in stand wordt gehouden die niets met rechtvaardigheid te maken heeft.
Zowel de tovenaar als de priester hebben er belang bij dat je in onwetendheid leeft.
Waarom?
Omdat water alleen het lichaam reinigt; het neemt de onwetendheid niet weg die mensen tot slaven maakt.
Wat de rechtvaardige bevrijdt van ‘bezetenheid’ — die niets anders is dan de misleiding van keizerlijke dogma’s — is kennis, niet een magisch ritueel.
De Kerk stopte pas met het vervolgen van tovenaars toen zij nuttig werden voor het systeem en dezelfde iconografie overnamen.
Er bestaat geen witte magie tegenover zwarte magie; het zijn twee kanten van dezelfde medaille.
Zwarte magie zijn slechts de zwarte stippen op een witte dobbelsteen die ‘witte magie’ heet: beide hebben elkaar nodig, beide vormen hetzelfde mechanisme van controle zodat het volk blijft knielen voor afbeeldingen en voorwerpen.
Afgodsbeelden en amuletten worden verkocht, valse zegeningen hebben een prijs, maar God verkoopt Zijn zegeningen niet en heeft geen handelaars van het ware geloof nodig.



«
«De religie die ik verdedig heet gerechtigheid. █
Ik zal haar vinden wanneer zij mij vindt, en zij zal geloven wat ik zeg.
Het Romeinse Rijk heeft de mensheid verraden door religies te verzinnen om haar te onderwerpen. Alle geïnstitutionaliseerde religies zijn vals. Alle heilige boeken van die religies bevatten bedrog. Er zijn echter boodschappen die zinvol zijn. En er zijn andere, die ontbreken, die kunnen worden afgeleid uit de legitieme boodschappen van gerechtigheid. Daniël 12:1-13 – ‘De vorst die strijdt voor gerechtigheid zal opstaan om Gods zegen te ontvangen.’ Spreuken 18:22 – ‘Een vrouw is de zegen die God aan een man geeft.’ Leviticus 21:14 – ‘Hij moet trouwen met een maagd die zijn eigen geloof aanhangt, want zij is uit zijn eigen volk, die bevrijd zal worden wanneer de rechtvaardigen opstaan.’
📚 Wat is een geïnstitutionaliseerde religie? Een geïnstitutionaliseerde religie is wanneer een spirituele overtuiging is getransformeerd in een formele machtsstructuur, ontworpen om mensen te controleren. Het houdt op een individuele zoektocht naar waarheid of gerechtigheid te zijn en wordt een systeem dat gedomineerd wordt door menselijke hiërarchieën, ten dienste van politieke, economische of sociale macht. Wat rechtvaardig, waar of echt is, doet er niet meer toe. Het enige wat telt, is gehoorzaamheid. Een geïnstitutionaliseerde religie omvat: kerken, synagogen, moskeeën, tempels. Machtige religieuze leiders (priesters, predikanten, rabbijnen, imams, pausen, enz.). Gemanipuleerde en frauduleuze ‘officiële’ heilige teksten. Dogma’s die niet in twijfel getrokken kunnen worden. Regels die aan het persoonlijke leven van mensen worden opgelegd. Verplichte rituelen om ‘erbij te horen’. Zo gebruikten het Romeinse Rijk, en later andere rijken, geloof om mensen te onderwerpen. Ze maakten van het heilige een business. En waarheid tot ketterij. Als je nog steeds gelooft dat het gehoorzamen van een religie hetzelfde is als geloof hebben, ben je voorgelogen. Als je nog steeds hun boeken vertrouwt, vertrouw je dezelfde mensen die de gerechtigheid kruisigden. Het is niet God die spreekt in zijn tempels. Het is Rome. En Rome is nooit gestopt met spreken. Word wakker. Wie gerechtigheid zoekt, heeft geen toestemming nodig. En ook geen instituut.
Zij zal mij vinden, en de maagdelijke vrouw zal in mij geloven.
( – – )
Dit is het tarwe in de Bijbel dat het Romeinse onkruid in de Bijbel vernietigt:
Openbaring 19:11
Toen zag ik de hemel geopend, en zie, een wit paard; en degene die erop zat, werd ‘Getrouw en Waarachtig’ genoemd, en in gerechtigheid oordeelt en voert hij oorlog.
Openbaring 19:19
En ik zag het beest en de koningen van de aarde met hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen hem die op het paard zat en tegen zijn leger.
Psalm 2:2-4
‘De koningen van de aarde stellen zich op, en de machthebbers spannen samen
tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde,
zeggende: ‘Laten wij hun banden verbreken en hun touwen van ons werpen.’
Die in de hemel woont, lacht; de HEERE bespot hen.’
Nu, een beetje basislogica: als de ruiter vecht voor gerechtigheid, maar het beest en de koningen van de aarde tegen hem vechten, dan zijn het beest en de koningen van de aarde tegen gerechtigheid. Daarom vertegenwoordigen zij de misleiding van de valse religies die met hen regeren.
De grote hoer Babylon, die de valse kerk is die door Rome is opgericht, heeft zichzelf beschouwd als ‘de vrouw van de Gezalfde des HEEREN.’ Maar de valse profeten van deze organisatie, die afgoden verkoopt en vleierij predikt, delen niet de persoonlijke doelen van de Gezalfde des HEEREN en de ware heiligen, omdat de goddeloze leiders voor zichzelf de weg van afgoderij, celibaat of het heiligen van onheilige huwelijken in ruil voor geld hebben gekozen. Hun religieuze hoofdkwartieren zitten vol met afgoden, inclusief valse heilige boeken, waarvoor zij buigen:
Jesaja 2:8-11
8 Hun land is vol afgoden; zij buigen zich neer voor het werk van hun handen, voor wat hun vingers hebben gemaakt.
9 De mens is neergebogen, de man is vernederd; vergeef hen daarom niet.
10 Ga de rots in, verberg u in het stof, vanwege de ontzagwekkende aanwezigheid van de HEERE en vanwege de luister van Zijn majesteit.
11 De hoogmoedige blik van de mens zal worden vernederd, en de trots van de mensen zal worden gebogen; alleen de HEERE zal op die dag verhoogd worden.
Spreuken 19:14
Huis en rijkdom zijn een erfenis van de vaderen, maar een verstandige vrouw is van de HEERE.
Leviticus 21:14
De priester van de HEERE zal geen weduwe, geen verstoten vrouw, geen onreine vrouw en geen hoer trouwen; hij zal een maagd uit zijn eigen volk tot vrouw nemen.
Openbaring 1:6
En Hij heeft ons koningen en priesters gemaakt voor Zijn God en Vader; Hem zij de heerlijkheid en de macht tot in alle eeuwigheid.
1 Korinthe 11:7
De vrouw is de heerlijkheid van de man.
Wat betekent het in Openbaring dat het beest en de koningen van de aarde oorlog voeren tegen de ruiter op het witte paard en zijn leger?
De betekenis is duidelijk, de wereldleiders zijn hand in hand met de valse profeten die verspreiders zijn van de valse religies die dominant zijn onder de koninkrijken van de aarde, om voor de hand liggende redenen, waaronder het christendom, de islam, enz. Deze heersers zijn tegen gerechtigheid en waarheid, wat de waarden zijn die worden verdedigd door de ruiter op het witte paard en zijn leger dat loyaal is aan God. Zoals duidelijk is, maakt de misleiding deel uit van de valse heilige boeken die deze handlangers verdedigen met het label ‘Geautoriseerde boeken van geautoriseerde religies’, maar de enige religie die ik verdedig is gerechtigheid, ik verdedig het recht van de rechtvaardigen om niet te worden misleid met religieuze misleidingen.
Openbaring 19:19 Toen zag ik het beest en de koningen van de aarde en hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen de ruiter op het paard en tegen zijn leger.
Nu wat basislogica: Als de ruiter gerechtigheid vertegenwoordigt, maar het beest en de koningen van de aarde tegen die ruiter vechten, dan zijn het beest en de koningen van de aarde tegen gerechtigheid en vertegenwoordigen ze dus de misleiding van de valse religies die met hen regeren.
Dit is mijn verhaal:
José, een jonge man opgevoed met katholieke leerstellingen, beleefde een reeks gebeurtenissen gekenmerkt door complexe relaties en manipulaties. Op 19-jarige leeftijd begon hij een relatie met Monica, een bezitterige en jaloerse vrouw. Hoewel Jose vond dat hij de relatie moest beëindigen, leidde zijn religieuze opvoeding ertoe dat hij probeerde haar met liefde te veranderen. Monica’s jaloezie werd echter heviger, vooral richting Sandra, een klasgenoot die avances naar Jose maakte.
Sandra begon hem in 1995 lastig te vallen met anonieme telefoontjes, waarin ze geluiden maakte met het toetsenbord en ophing.
Bij een van die gelegenheden onthulde ze dat zij degene was die belde, nadat Jose in het laatste gesprek boos had gevraagd: ‘Wie ben je?’ Sandra belde hem meteen, maar in dat gesprek zei ze: ‘Jose, wie ben ik?’ Jose herkende haar stem en zei tegen haar: ‘Jij bent Sandra’, waarop ze antwoordde: ‘Je weet al wie ik ben.’ In die tijd bedreigde Monica, geobsedeerd door Sandra, Jose ermee Sandra kwaad te doen, waardoor Jose Sandra beschermde en zijn relatie met Monica verlengde, ondanks zijn wens om het te beëindigen.
Uiteindelijk verbrak Jose in 1996 de relatie met Monica en besloot hij Sandra te benaderen, die aanvankelijk interesse in hem had getoond. Toen Jose met haar over zijn gevoelens probeerde te praten, liet Sandra hem niet toe om zichzelf uit te leggen, ze behandelde hem met beledigende woorden en hij begreep de reden niet. Jose koos ervoor om afstand te nemen, maar in 1997 geloofde hij dat hij de kans had om met Sandra te praten, in de hoop dat ze haar veranderde houding zou uitleggen en de gevoelens die ze had verzwegen, zou kunnen delen. Op haar verjaardag in juli belde hij haar, zoals hij een jaar eerder had beloofd toen ze nog vrienden waren – iets wat hij in 1996 niet kon doen omdat hij bij Monica was. Destijds geloofde hij dat beloften nooit gebroken mochten worden (Mattheüs 5:34-37), hoewel hij nu begrijpt dat sommige beloften en eden heroverwogen kunnen worden als ze per ongeluk zijn gemaakt of als de persoon ze niet langer verdient. Toen hij haar felicitaties had uitgesproken en op het punt stond op te hangen, smeekte Sandra wanhopig: ‘Wacht, wacht, kunnen we elkaar ontmoeten?’ Dat deed hem denken dat ze van gedachten was veranderd en hem eindelijk haar veranderde houding zou uitleggen, zodat hij de gevoelens kon delen die hij tot dan toe had verzwegen. Sandra gaf hem echter nooit duidelijke antwoorden en hield de intrige in stand met ontwijkende en contraproductieve houdingen.
Geconfronteerd met deze houding besloot Jose niet meer naar haar op zoek te gaan. Toen begon de constante telefonische intimidatie. De telefoontjes volgden hetzelfde patroon als in 1995 en werden dit keer doorverwezen naar het huis van zijn grootmoeder van vaderskant, waar Jose woonde. Hij was ervan overtuigd dat het Sandra was, omdat hij haar onlangs zijn nummer had gegeven. Deze telefoontjes waren constant, ‘s ochtends, ‘s middags, ‘s avonds en ‘s ochtends vroeg, en duurden maanden. Als een familielid opnam, hingen ze niet op, maar toen José opnam, was het klikken van de toetsen te horen voordat ze ophingen.
Jose vroeg zijn tante, de eigenaar van de telefoonlijn, om een overzicht van inkomende gesprekken op te vragen bij de telefoonmaatschappij. Hij was van plan om die informatie te gebruiken als bewijs om contact op te nemen met Sandra’s familie en zijn bezorgdheid te uiten over wat ze met dit gedrag probeerde te bereiken. Zijn tante bagatelliseerde zijn argument echter en weigerde te helpen. Vreemd genoeg leek niemand in het huis, noch zijn tante noch zijn grootmoeder van vaderskant, verontwaardigd te zijn over het feit dat de telefoontjes ook ‘s ochtends vroeg plaatsvonden, en ze namen niet de moeite om te onderzoeken hoe ze ze konden stoppen of de verantwoordelijke persoon konden identificeren.
Dit had het vreemde uiterlijk van een georkestreerde marteling. Zelfs toen José zijn tante vroeg om ‘s nachts de telefoonlijn los te koppelen zodat hij kon slapen, weigerde ze, met het argument dat een van haar zonen, die in Italië woonde, op elk moment kon bellen (gezien het tijdsverschil van zes uur tussen de twee landen). Wat alles nog vreemder maakte, was Mónica’s fixatie op Sandra, ondanks het feit dat ze elkaar niet eens kenden. Mónica studeerde niet aan het instituut waar José en Sandra waren ingeschreven, en toch begon ze jaloers te worden op Sandra vanaf het moment dat ze een map oppakte met een groepsproject van José. In de map stonden de namen van twee vrouwen, waaronder Sandra, maar om de een of andere vreemde reden raakte Mónica alleen geobsedeerd door Sandra’s naam.
Hoewel José Sandra’s telefoontjes aanvankelijk negeerde, gaf hij na verloop van tijd toe en nam hij opnieuw contact op met Sandra, beïnvloed door de Bijbelse leringen die adviseerden om te bidden voor degenen die hem vervolgden. Sandra manipuleerde hem echter emotioneel, afwisselend met beledigingen en verzoeken om haar te blijven zoeken. Na maanden van deze cyclus ontdekte Jose dat het allemaal een val was. Sandra beschuldigde hem ten onrechte van seksuele intimidatie, en alsof dat nog niet erg genoeg was, stuurde Sandra criminelen om Jose in elkaar te slaan.
Op die dinsdagavond had José geen idee dat Sandra al een hinderlaag had voorbereid.
Een paar dagen eerder had hij zijn vriend Johan verteld over het vreemde gedrag van Sandra. Johan dacht ook dat Sandra misschien onder invloed stond van een soort hekserij van Mónica.
Die avond keerde José terug naar zijn oude buurt, waar hij in 1995 had gewoond. Daar kwam hij Johan toevallig tegen. Tijdens hun gesprek stelde Johan voor om Sandra te vergeten en samen naar een discotheek te gaan om zich te vermaken.
‘Misschien ontmoet je een andere vrouw die je Sandra doet vergeten.’
Dat klonk als een goed idee voor José, dus stapten ze samen in een bus richting het centrum van Lima.
De route van de bus liep langs het IDAT-instituut, waar José op zaterdagen lessen volgde. Plots herinnerde hij zich iets belangrijks.
‘Oh! Ik heb mijn cursus nog niet betaald!’
Hij had het geld bij zich, afkomstig van de verkoop van zijn computer en een week werken in een magazijn. Maar die baan was uitbuitend: ze lieten mensen 16 uur per dag werken, terwijl officieel slechts 12 uur werden geregistreerd. En als iemand de week niet volmaakte, kreeg hij helemaal niets uitbetaald. Daarom had José ontslag genomen.
Hij zei tegen Johan:
‘Ik studeer hier op zaterdagen. Nu we toch hier zijn, laat me even mijn cursus betalen en dan gaan we verder naar de discotheek.’
Maar zodra hij uit de bus stapte, stond hij versteld—Sandra stond daar op de hoek van de straat!
Hij zei tegen Johan:
‘Johan, ik kan het niet geloven! Daar staat Sandra! Dat is het meisje waarover ik je vertelde, degene die zich zo vreemd gedraagt. Wacht hier even, ik ga haar vragen of ze mijn brief heeft ontvangen en of ze eindelijk kan uitleggen wat ze wil met al die telefoontjes.’
Johan bleef wachten, terwijl José op Sandra afstapte en vroeg:
‘Sandra, heb je mijn brieven ontvangen? Kun je eindelijk uitleggen wat er aan de hand is?’
Maar voordat hij zijn zin kon afmaken, wenkte Sandra met haar hand.
Het leek alsof alles al van tevoren was gepland—plotseling verschenen er drie mannen uit verschillende richtingen! Eén stond midden op straat, een andere achter Sandra en de derde direct achter José!
De man achter Sandra sprak als eerste:
‘Dus jij bent de seksuele stalker die mijn nicht lastigvalt?’
José was met stomheid geslagen en antwoordde:
‘Wat? Ik stalk haar? Zij is degene die míj lastigvalt! Als je mijn brief leest, zul je zien dat ik gewoon antwoorden zocht op haar telefoontjes!’
Maar voordat hij nog iets kon zeggen, werd hij plotseling van achteren bij de nek gegrepen en tegen de grond gewerkt. Samen met de zogenaamde neef begonnen de mannen hem te schoppen, terwijl de derde zijn zakken doorzocht!
Drie tegen één, liggend op de grond—dit was geen vechtpartij, maar een brute afstraffing!
Gelukkig greep Johan in, waardoor José zich kon oprichten. Maar de derde aanvaller begon stenen naar hen te gooien!
Op dat moment kwam er een verkeersagent tussenbeide en maakte een einde aan de aanval. Hij keek naar Sandra en zei:
‘Als hij je lastigvalt, doe dan aangifte bij de politie.’
Sandra, duidelijk nerveus, vertrok snel, wetende dat haar beschuldiging een leugen was.
José was woedend over deze verraderlijke val, maar hij had geen sluitend bewijs om Sandra aan te klagen voor haar pesterijen. Daarom deed hij niets.
Maar één gedachte liet hem niet los:
‘Hoe wist Sandra dat ik hier vanavond zou zijn?’
Hij kwam alleen op zaterdagochtenden naar dit instituut, en deze dinsdagavond paste totaal niet in zijn routine!
Toen hij zich dat realiseerde, voelde hij een koude rilling over zijn rug.
‘Sandra… dat meisje is niet normaal. Misschien is ze een heks en heeft ze bovennatuurlijke krachten!’
Deze gebeurtenissen lieten diepe sporen na bij Jose, die gerechtigheid zoekt en degenen die hem manipuleerden wil ontmaskeren. Bovendien probeert hij het advies in de Bijbel te ontsporen, zoals: bid voor degenen die je beledigen, want door dat advies op te volgen, is hij in Sandra’s val getrapt.
Getuigenis van Jose.
Ik ben José Carlos Galindo Hinostroza, de auteur van de volgende blogs: https://gabriels.work
en andere blogs.

Ik ben geboren in Peru. Deze foto is van mij en dateert uit 1997. Ik was toen 22 jaar oud en verstrikt in de intriges van Sandra Elizabeth, een voormalige klasgenote van het IDAT-instituut. Ik was verward over haar gedrag (ze stalkte me op een zeer complexe en uitgebreide manier, die te lang is om in deze afbeelding te beschrijven, maar ik vertel het in de onderste sectie van deze blog: en in deze video:
Ik sloot niet uit dat Mónica Nieves, mijn ex-vriendin, mogelijk zwarte magie op haar had uitgevoerd.
Toen ik antwoorden zocht in de Bijbel, las ik in Matteüs 5:
‘Bid voor wie u beledigt.’
In die dagen beledigde Sandra mij terwijl ze zei dat ze niet wist wat er met haar gebeurde, dat ze mijn vriendin wilde blijven en dat ik haar steeds moest blijven bellen en opzoeken. Dit ging vijf maanden lang door. Kortom, Sandra deed alsof ze bezeten was door iets om me in verwarring te houden.
De leugens in de Bijbel deden me geloven dat goede mensen zich slecht kunnen gedragen door de invloed van een kwade geest. Daarom vond ik het advies om voor haar te bidden niet zo absurd, want Sandra deed zich eerst voor als een vriendin, en ik trapte in haar val.
Dieven gebruiken vaak de strategie om goede bedoelingen voor te wenden:
Om in winkels te stelen, doen ze zich voor als klanten.
Om tienden te innen, doen ze alsof ze het woord van God prediken, maar in werkelijkheid verspreiden ze de leer van Rome.
Sandra Elizabeth deed zich voor als een vriendin, en later als een vriendin in nood die mijn hulp nodig had, maar het was allemaal een valstrik om me in diskrediet te brengen en met drie criminelen in een hinderlaag te lokken. Waarschijnlijk uit wraak, omdat ik haar avances een jaar eerder had afgewezen omdat ik verliefd was op Mónica Nieves, aan wie ik trouw bleef.
Maar Mónica vertrouwde mijn trouw niet en dreigde Sandra Elizabeth te doden. Daarom maakte ik langzaam een einde aan mijn relatie met Mónica, over een periode van acht maanden, zodat ze niet zou denken dat het vanwege Sandra was.
En hoe bedankte Sandra Elizabeth me? Met laster. Ze beschuldigde me valselijk van seksuele intimidatie en gebruikte dat als excuus om drie criminelen te laten opdagen en me in elkaar te laten slaan, terwijl ze toekeek.
Ik vertel dit allemaal in mijn blog en in mijn video’s op YouTube:
Ik wil niet dat andere rechtvaardige mensen dezelfde ervaring doormaken als ik. Daarom heb ik dit geschreven.
Ik weet dat deze waarheid onrechtvaardigen zoals Sandra zal irriteren, maar de waarheid is als het ware evangelie: het bevoordeelt alleen de rechtvaardigen.’
De slechtheid van José’s familie overtreft die van Sandra:
José werd het slachtoffer van een verwoestend verraad door zijn eigen familie, die niet alleen weigerde hem te helpen het stalken van Sandra te stoppen, maar hem ook vals beschuldigde van een psychische aandoening. Zijn eigen familieleden gebruikten deze beschuldigingen als voorwendsel om hem te ontvoeren en te mishandelen, waarbij ze hem twee keer naar instellingen voor geesteszieken stuurden en een derde keer naar een ziekenhuis.
Alles begon toen José Exodus 20:5 las en stopte met katholiek zijn. Vanaf dat moment ergerde hij zich aan de dogma’s van de Kerk en begon hij op zijn eigen manier te protesteren tegen de leerstellingen ervan. Hij raadde zijn familieleden ook aan om te stoppen met bidden tot beelden. Daarnaast vertelde hij hen dat hij aan het bidden was voor een vriendin (Sandra), die blijkbaar behekst of bezeten was. José stond onder stress vanwege het stalken, maar zijn familieleden tolereerden niet dat hij zijn recht op religieuze vrijheid uitoefende. Als gevolg hiervan verwoestten ze zijn carrière, zijn gezondheid en zijn reputatie door hem op te sluiten in instellingen voor geesteszieken, waar hij werd gedrogeerd met kalmerende middelen.
Niet alleen werd hij tegen zijn wil opgenomen, maar na zijn vrijlating werd hij gedwongen om psychiatrische medicijnen te blijven nemen onder dreiging van nieuwe opsluiting. Hij vocht om zich van deze ketenen te bevrijden, en in de laatste twee jaar van deze onrechtvaardigheid, met zijn carrière als programmeur vernietigd, werd hij gedwongen om zonder loon te werken in het restaurant van een oom die zijn vertrouwen had geschonden. In 2007 ontdekte José dat deze oom ervoor zorgde dat er psychiatrische pillen in zijn lunch werden gestopt zonder dat hij het wist. Dankzij de hulp van een keukenmedewerkster, Lidia, kon hij de waarheid achterhalen.
Van 1998 tot 2007 verloor José praktisch tien jaar van zijn jeugd door toedoen van verraderlijke familieleden. Achteraf besefte hij dat zijn fout was dat hij de Bijbel verdedigde om het katholicisme te verwerpen, omdat zijn familie hem nooit toestond deze te lezen. Ze pleegden dit onrecht omdat ze wisten dat hij geen financiële middelen had om zichzelf te verdedigen. Toen hij zich uiteindelijk wist te bevrijden van de gedwongen medicatie, dacht hij dat hij het respect van zijn familie had gewonnen. Zijn ooms en neven van moederskant boden hem zelfs werk aan, maar jaren later verraadden ze hem opnieuw door hem op een vijandige manier te behandelen, waardoor hij moest opstappen. Dit deed hem beseffen dat hij hen nooit had moeten vergeven, omdat hun slechte bedoelingen duidelijk werden.
Vanaf dat moment besloot hij de Bijbel opnieuw te bestuderen, en in 2017 begon hij de tegenstrijdigheden ervan op te merken. Langzaam begreep hij waarom God had toegestaan dat zijn familie hem in zijn jeugd had verhinderd om de Bijbel te verdedigen. Hij ontdekte de bijbelse inconsistenties en begon ze aan de kaak te stellen in zijn blogs, waar hij ook het verhaal van zijn geloof en het lijden dat hij door Sandra en vooral door zijn eigen familie had ondergaan, vertelde.
Om deze reden probeerde zijn moeder hem in december 2018 opnieuw te ontvoeren, met de hulp van corrupte agenten en een psychiater die een vals certificaat uitvaardigde. Ze beschuldigden hem ervan een ‘gevaarlijke schizofreen’ te zijn om hem weer op te sluiten, maar de poging mislukte omdat hij niet thuis was. Er waren getuigen van het incident en geluidsopnames die José als bewijs presenteerde bij de Peruaanse autoriteiten in zijn klacht, die werd afgewezen.
Zijn familie wist heel goed dat hij niet gek was: hij had een stabiele baan, een zoon en de moeder van zijn zoon om voor te zorgen. Toch probeerden ze hem, ondanks de waarheid, opnieuw te ontvoeren met dezelfde oude leugen. Zijn eigen moeder en andere fanatiek katholieke familieleden leidden de poging. Hoewel het ministerie zijn klacht negeerde, publiceert José deze bewijzen in zijn blogs, waarmee hij duidelijk maakt dat de slechtheid van zijn familie zelfs die van Sandra overtreft.
Hier is het bewijs van de ontvoeringen met behulp van de laster van verraders:
‘Deze man is een schizofreen die dringend psychiatrische behandeling en levenslange medicatie nodig heeft.’







Ik ben een computerprogrammeur geweest, ik hou van logica, in Turbo Pascal heb ik een programma gemaakt dat in staat is om willekeurig elementaire algebraformules te produceren, vergelijkbaar met de onderstaande formule. In het volgende document in .PDF kunt u de code van het programma downloaden, dit is het bewijs dat ik niet dom ben, daarom moeten de conclusies van mijn onderzoek serieus worden genomen. https://ntiend.me/wp-content/uploads/2026/06/math21.pdf
Als a+70=26 dan a=-44
«Cupido wordt samen met de andere heidense goden (de gevallen engelen, gestuurd naar de eeuwige straf voor hun rebellie tegen de gerechtigheid) tot de hel veroordeeld █
Het citeren van deze passages betekent niet dat de hele Bijbel wordt verdedigd. Als 1 Johannes 5:19 zegt dat «»de hele wereld in de macht van de boze ligt»», maar de heersers zweren bij de Bijbel, dan regeert de Duivel met hen. Als de Duivel met hen regeert, regeert ook fraude met hen. Daarom bevat de Bijbel een deel van die fraude, gecamoufleerd tussen waarheden. Door deze waarheden met elkaar te verbinden, kunnen we de misleidingen ervan blootleggen. Rechtvaardige mensen moeten deze waarheden kennen, zodat ze, als ze zijn misleid door leugens die aan de Bijbel of andere soortgelijke boeken zijn toegevoegd, zichzelf ervan kunnen bevrijden.
Daniël 12:7 En ik hoorde de man gekleed in linnen, die zich op het water van de rivier bevond, zijn rechterhand en zijn linkerhand opheffen naar de hemel, en zweren bij Hem die eeuwig leeft, dat het zal zijn voor een tijd, tijden en een halve tijd. En wanneer de verstrooiing van de macht van het heilige volk voltooid is, zullen al deze dingen vervuld worden.
Aangezien ‘Duivel’ ‘Lasteraar’ betekent, is het logisch om te verwachten dat de Romeinse vervolgers, als tegenstanders van de heiligen, later valse getuigenissen zouden hebben afgelegd over de heiligen en hun boodschappen. Zo zijn zij zelf de Duivel, en geen ongrijpbare entiteit die mensen binnengaat en verlaat, zoals we werden geleid om te geloven, precies door passages zoals Lucas 22:3 (‘Toen voer Satan in Judas…’), Marcus 5:12-13 (de demonen voeren in de varkens), en Johannes 13:27 (‘Na de hap voer Satan in hem’).
Dit is mijn doel: rechtvaardige mensen helpen hun macht niet te verspillen door de leugens te geloven van bedriegers die de oorspronkelijke boodschap hebben vervalst, die nooit iemand vroeg om voor iets te knielen of te bidden tot iets dat ooit zichtbaar was.
Het is geen toeval dat Cupido in dit beeld, gepromoot door de Rooms-Katholieke Kerk, naast andere heidense goden verschijnt. Ze hebben de namen van ware heiligen gegeven aan deze valse goden, maar kijk eens hoe deze mannen zich kleden en hoe ze hun haar lang dragen. Dit alles gaat in tegen de trouw aan Gods wetten, want het is een teken van rebellie, een teken van de rebelse engelen (Deuteronomium 22:5).
De slang, de duivel of Satan (de lasteraar) in de hel (Jesaja 66:24, Marcus 9:44). Mattheüs 25:41: “Dan zal hij tegen hen aan zijn linkerhand zeggen: ‘Ga weg van mij, vervloekten, in het eeuwige vuur dat bereid is voor de duivel en zijn engelen.’” Hel: het eeuwige vuur dat bereid is voor de slang en zijn engelen (Openbaring 12:7-12), omdat ze waarheden met ketterijen in de Bijbel, de Koran, de Thora hebben gecombineerd en omdat ze valse, verboden evangeliën hebben gecreëerd die ze apocrief noemden, om geloofwaardigheid te geven aan leugens in de valse heilige boeken, allemaal in opstand tegen de gerechtigheid.
Boek van Henoch 95:6: “Wee jullie, valse getuigen, en degenen die de prijs van onrechtvaardigheid dragen, want jullie zullen plotseling vergaan!” Boek van Henoch 95:7: “Wee u, onrechtvaardigen, die de rechtvaardigen vervolgt, want u zult zelf overgeleverd en vervolgd worden vanwege die onrechtvaardigheid, en het gewicht van uw last zal op u vallen!” Spreuken 11:8: “De rechtvaardige zal uit de benauwdheid verlost worden, en de onrechtvaardige zal in zijn plaats komen.” Spreuken 16:4: “De Heer heeft alles voor zichzelf gemaakt, zelfs de goddelozen voor de dag van het kwaad.”
Boek van Henoch 94:10: “Ik zeg u, onrechtvaardigen, dat hij die u geschapen heeft, u zal omverwerpen; God zal geen genade hebben met uw vernietiging, maar God zal zich verheugen in uw vernietiging.” Satan en zijn engelen in de hel: de tweede dood. Ze verdienen het omdat ze tegen Christus en zijn trouwe discipelen hebben gelogen en hen ervan beschuldigden de auteurs te zijn van de godslasteringen van Rome in de Bijbel, zoals hun liefde voor de duivel (de vijand).
Jesaja 66:24: “En zij zullen uitgaan en de lijken zien van de mannen die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven en hun vuur zal niet uitgeblust worden; en zij zullen een gruwel zijn voor alle mensen.” Markus 9:44: “Waar hun worm niet sterft en het vuur niet uitgeblust wordt.” Openbaring 20:14: “En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dit is de tweede dood: de poel des vuurs.”


Woord van Satan: ‘Gezegend zijn degenen die alles geloven, want zij zijn gemakkelijk te leiden… naar het slachthuis.’
Als de kudde vrij is, valt de roedel uiteen. Als de rechtvaardigen vluchten, verslinden de goddelozen elkaar als beesten zonder richting.
Kijk naar het bedrog: de valse profeet brengt je ertoe voor het beeld te buigen, maar het beeld vraagt geen geld en voedt zich niet met je vernedering. Het idool is het lokaas; en terwijl jij buigt voor steen, hout of gips, grijpt de profeet jouw wil en stapelt onrechtmatige winst op door de jouwe af te nemen.
De valse profeet: ‘Onze standbeelden antwoorden nooit, maar onze collectebus doet dat altijd.’
De valse profeet doet concessies om geen volgelingen te verliezen; de ware profeet wijkt geen letter van gerechtigheid.
Woord van Satan (Woord van Zeus): ‘Mijn priesters leven zonder vrouw omdat ze weten dat mijn mannetjes mijn glorie, mijn engelen en het centrum van mijn koninkrijk zijn.’
Woord van Satan: ‘Vergeet de wet van oog om oog… want ik geef de voorkeur dat een bijziend oog over alle blinden heerst.’
Oorlog: een politicus die liegt, een wapenhandelaar die profiteert, en slaven die sterven in de overtuiging dat het om eer gaat.
Woord van Satan: ‘De wolf die je als schaap ontvangt, zal vergeten vlees te zoeken en zal beginnen te blaten met aandoenlijke onhandigheid.’
Woord van Satan: ‘Vergeet wraak, want de goddelozen winnen altijd… En onthoud: elke gerechtigheid die je in dit leven eist, is een zonde; en elk kwaad dat je aanvaardt door je andere wang te keren, een deugd voor het volgende leven… waarin ik je hetzelfde zal zeggen.’

男子加百列揭示宙斯信息中的不一致:‘有福的是那些渴望正义的人,只要他们忘记以眼还眼,并爱正义的敌人。’ https://144k.xyz/2026/05/04/%e7%94%b7%e5%ad%90%e5%8a%a0%e7%99%be%e5%88%97%e6%8f%ad%e7%a4%ba%e5%ae%99%e6%96%af%e4%bf%a1%e6%81%af%e4%b8%ad%e7%9a%84%e4%b8%8d%e4%b8%80%e8%87%b4%ef%bc%9a%e6%9c%89%e7%a6%8f%e7%9a%84%e6%98%af/
At kung hindi paiikliin ang mga araw na iyon, walang taong maliligtas; ngunit alang-alang sa mga hinirang, paiikliin ang mga araw na iyon. https://bestiadn.com/2026/06/04/at-kung-hindi-paiikliin-ang-mga-araw-na-iyon-walang-taong-maliligtas-ngunit-alang-alang-sa-mga-hinirang-paiikliin-ang-mga-araw-na-iyon/
Een absurditeit vermomd als waarheid. De valse profeet verdedigt het ‘welvaartsevangelie’: ‘Het wonder komt altijd na het geven, nooit ervoor… en als het niet komt, is het omdat je weinig gaf.’ Uitvluchten van wolven, ontmaskerd door de rede: ‘Oordeel hem niet, bid voor hem,’ maar bidden voor een wolf neemt zijn hoektanden niet weg.»
«De monumenten van de slang eren God niet, maar ijdelheid en bedrog. Zich voor hen buigen is zijn leugen als waarheid accepteren. Wat je gaat ontdekken, zal je verrassen. Woord van Satan: ‘Gezegend zijn zij die de klap op de andere wang zoeken van degenen die hen haten; het is het hoogste bewijs dat ze hun vijanden liefhebben en volgens mijn leer leven’.
Waar is de opgewekte Lazarus als alle mensen volgens de Bijbel slechts één keer sterven? //80
Liefde en de Andere Wang. //286
De planeet die door haar twee Manen werd verslonden //540
God respecteren is de waarheid respecteren: een inconsistente boodschap kan niet van God komen; inconsistentie wordt blootgelegd, niet gezegend. De Lazarus-paradox. //198
De keizerlijke voorstellingen van Michaël nemen de Romeinse militaire symboliek over en functioneren als beelden die zijn afgestemd op de macht van Rome. In die symbolische functie lijken zij meer op de ‘engel van Rome’ die in latere Joodse tradities wordt beschreven dan op een figuur van verzet tegen het kwaad. Samaël (Hebreeuws: Sammā’ēl, ‘Gif van God’, opgevat als ‘Gif van God’ of ‘Blindheid van God’, zeldzamer ‘Smil’, ‘Samil’ of ‘Samiel’) is een aartsengel uit de talmoedische en post-talmoedische traditie, beschreven als de aanklager (Ha-Satan), verleider en vernietiger (Mashhit). Als beschermengel en vorst van Rome is hij de aartsvijand van Israël (en dus van Michaël). Aan het begin van de Joodse cultuur in Europa vestigde Samaël zich als vertegenwoordiger van het christendom — de religie die door het Romeinse Rijk werd gecreëerd om zijn kwaadaardige leer op te leggen: ‘Verzet je niet tegen het kwaad; keer (mij) ook de andere wang toe’ — vanwege zijn identificatie met Rome (precies om die reden). //429

De profetie bewijst dat liefde voor een goddeloze vijand niet werkt. Waarom zou Jezus deze leringen hebben tegengesproken? https:// bestiadn .com/2026/04/27/prophecy-shows-that-love-for-a-wicked-enemy-does-not-work-why-would-jesus-contradict-these-teachings/ Dat deed Hij niet. Zijn vijanden deden dat wel, maar zij gaven Hem daarvan de schuld. Hieronder vind je de ware oorsprong van deze leringen: Bron: azquotes .com/author/37905-Cleobulus «Wij moeten een vriend een dienst bewijzen om onze band met hem te versterken, en een vijand om hem tot een vriend te maken.» — Kleobulus. Bron: mundifrases .com/frases-de/cleobulo-de-lindos/ «Iedere mens kan op elk moment van zijn leven je vriend of je vijand zijn, afhankelijk van hoe jij je tegenover hem gedraagt.» — Kleobulus van Lindos. «Doe goed aan je vrienden en aan je vijanden, want zo behoud je de eersten en kun je de laatsten voor je winnen.» — Kleobulus van Lindos. Psalm 109:1–8. 1 Zwijg niet, o God van mijn lof; 2 want de mond van de goddeloze en de mond van de bedrieger zijn tegen mij geopend; zij hebben met een leugentaal tegen mij gesproken. 3 Zij hebben mij ook omringd met woorden van haat en zonder reden tegen mij gestreden. 4 Als vergelding voor mijn liefde zijn zij mijn tegenstanders geworden, maar ik wijd mij aan het gebed. 5 Zij hebben mij kwaad voor goed vergolden en haat voor mijn liefde. 6 Stel een goddeloos man over hem aan, en laat Satan aan zijn rechterhand staan. 7 Wanneer hij geoordeeld wordt, laat hem schuldig bevonden worden, en laat zijn gebed hem tot zonde worden gerekend. 8 Laat zijn dagen weinige zijn en laat een ander zijn ambt overnemen. Ook Jezus Sirach waarschuwt ervoor goed te doen aan een goddeloze vijand: Sirach 12:1–6. 1 Wanneer je goed doet, let dan goed op aan wie je het doet, en je zult loon ontvangen voor je goede daad. 2 Doe goed aan een goed mens, en je zult beloond worden, zo niet door hem, dan door de Heer. 3 Het helpen van een goddeloze brengt geen enkel goed voort en is zelfs geen goede daad. 4 In tijden van nood zal hij je dubbel kwaad doen voor al het goede dat je hem hebt bewezen. 5 Geef hem geen oorlogswapens, opdat hij ze niet tegen je gebruikt. 6 Ook God haat de goddeloze en zal hem zijn straf geven. //647

«